Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/580
Huurrecht woonruimte. Rechtsmiddelenverbod (art. 7:262 lid 2 BW); betekenis van ‘het punt waarover de huurcommissie om een uitspraak was verzocht’ in art. 7:262 lid 1 BW.
HR 02-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:701
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 mei 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00589
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van woonruimte
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Huurrecht / Huurprijzen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:701, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1259, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑04‑2024
- Wetingang
Art. 7:262 BW
Samenvatting
Art. 7:262 BW regelt de binding aan en de procedure na een uitspraak van de huurcommissie op een verzoek als bedoeld in de paragrafen 1 (‘Huurprijzen’, art. 7:246-257 BW) en 2 (‘Andere vergoedingen’, art. 7:258-261b BW) van onderafdeling 7.4.5.2 BW, welke onderafdeling als opschrift heeft ‘Huurprijzen en andere vergoedingen’. Het betreft verzoeken om de huurprijs of een andere betalingsverplichting van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.