RvdW 2025/619:Boerenprotest nabij woning van toenmalige Minister voor Natuur en Stikstof. Medeplegen wederspannigheid, art. 180 jo. art. 182 lid 1 Sr. Is sprake van wederspannigheid a.b.i. art. 180 en art. 182 Sr? Van ‘zich verzetten’ a.b.i. art. 180 Sr is sprake als ambtenaar werkzaam in rechtmatige uitoefening van bediening of persoon die hem daarbij bijstand verleent, door (bedreiging met) geweld wordt tegengewerkt, met als doel door ambtenaar ondernomen ambtshandeling te beletten of belemmeren (vgl. HR 20 december 1926, NJ 1927/72 en HR 31 maart 1930, NJ 1930/692). Hof heeft vastgesteld dat politie weg naar woning van minister heeft afgezet met behulp van afzetlint en dwars op weg geplaatste politieauto’s om te voorkomen dat demonstranten met landbouwvoertuigen woning van minister zouden bereiken. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte samen met anderen één van deze politieauto’s die daar als onderdeel van die afzetting was geplaatst, door duwen en trekken heeft verplaatst met doel tractoren door te laten. Hof heeft o.b.v. deze vaststellingen geoordeeld dat verdachte samen met anderen door politie ondernomen ambtshandeling (het handhaven van openbare orde) heeft tegengewerkt en zich daarmee met verenigde krachten heeft ‘verzet tegen een of meer ambtenaren’ a.b.i. art. 180 en art. 182 Sr. Opvatting dat van ‘verzet tegen ambtenaar’ alleen sprake kan zijn als gedragingen van verdachte direct zijn gericht tegen politieambtenaar, is (gelet op wat is vooropgesteld) te beperkt en daarom onjuist. Verder is ’s hofs oordeel dat, onder de door hof vastgestelde omstandigheden, door (onder meer) met duwen en trekken verplaatsen van politieauto met als doel tractoren door te laten door politie ondernomen ambtshandeling met geweld is tegengewerkt, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/620 en RvdW 2025/621.