Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.2.3.1:6.2.3.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/6.2.3.1
6.2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS575939:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie met name § 4.4.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in de voorgaande hoofdstukken bleek, zal het bij rechtersregelingen die tot het recht in de zin van art. 79 RO behoren steeds gaan om zelfbinding door bepaalde rechters.1 Dit betekent dat primair de rechters die de desbetreffende regeling hebben vastgesteld, op grond van het gelijkheids- en het vertrouwensbeginsel jegens partijen gehouden zijn deze regeling (in beginsel) na te leven. De vraag die thans bespreking behoeft is of, en zo ja, in hoeverre een dergelijke rechtersregeling ook voor anderen (in het bijzonder: andere rechters en/of partijen) een zekere mate van binding kan opleveren, in die zin dat zij eveneens gehouden kunnen zijn een rechtersregeling toe te passen of na te leven. Wat hebben bijvoorbeeld de gerechtshoven te maken met het landelijk rolreglement voor de rechtbanken? En kan de rechter in bepaalde gevallen ook van procespartijen verlangen, dat zij zich aan een rechtersregeling houden? Kortom: wie is precies jegens wie aan een (als recht in de zin van art. 79 RO te beschouwen) rechtersregeling gebonden?