Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.2.4:7.3.2.4 Ongeschreven recht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.2.4
7.3.2.4 Ongeschreven recht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453039:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing enquêterecht. Zie Haantjes & Olden 2013, p. 40(Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 24). Hieraan doet niet af dat de drempel om de onderzoekers aansprakelijk te stellen heel hoog is. Zie hierna ook § 7.3.3.3.
Vgl. HR 28 juni 2002, NJ 2002/577, m.nt. T. Koopmans (Van de Bunt/Salomonson).
Memorie van toelichting wetsvoorstel aanpassing enquêterecht. Zie Haantjes & Olden 2013,p. 40-41 (Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 24-25).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de derde plaats kunnen gedragsnormen voor onderzoekers worden ontleend aan het ongeschreven recht. De onderzoekers hebben geen civielrechtelijke immuniteit.1 Onderzoekers kunnen uit onrechtmatige daad worden aangesproken indien zij bij hun onderzoek en de weergave daarvan in het verslag niet de zorgvuldigheid in acht nemen die in het maatschappelijk verkeer betaamt (artikel 6:162 BW).2Artikel 2:351 lid 5 BW voegt daaraan toe dat de onderzoekers niet aansprakelijk zijn voor schade die het gevolg is van het verslag van de uitkomst van het onderzoek, tenzij zij met betrekking tot hun in het verslag neergelegde bevindingen of met betrekking tot het onderzoek opzettelijk onbehoorlijk hebben gehandeld dan wel met kennelijk grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt. De norm die uit deze bepalingen valt af te leiden is een minimumnorm die de onderzoekers in acht moeten nemen. De zorgvuldigheidsnorm die is geformuleerd in Aandachtspunt 3.1, inhoudende dat steeds bepalend is hetgeen in de gegeven omstandigheden van een bekwaam en redelijk handelend onderzoeker mag worden verwacht, ligt (aanzienlijk) hoger.
De mate van zorgvuldigheid die de onderzoekers in acht moeten nemen, is afhankelijk van een afweging van de belangen van de door het verslag benadeelde (rechts)persoon, de betrokken onderzoekers en het algemeen belang.3 Welk belang de doorslag geeft is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo zijn van belang (i) de aard van de in het verslag opgenomen verwijten en de ernst van de gevolgen die deze verwijten voor de betrokkenen kunnen hebben, (ii) de ernst van de verwijten bezien vanuit het algemeen belang, (iii) de mate waarin de verwijten steun vinden in het bewijsmateriaal van de onderzoekers en (iv) de wijze waarop de verwijten zijn geformuleerd.4 Uiteraard is hierbij van groot belang of de onderzoekers procedureel zorgvuldig hebben gehandeld, waarbij vooral het gelegenheid bieden voor hoor en wederhoor van belang is.