Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.2.2:7.3.2.2 Procesrechtelijke regels
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.2.2
7.3.2.2 Procesrechtelijke regels
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455453:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats zijn dit de procesrechtelijke regels die bepalen in hoeverre de Ondernemingskamer het verslag aan haar eigen oordeel ten grondslag mag leggen. Deze regels kunnen worden ontleend aan artikel 2:351 lid 3 en 2:351 lid 4 BW en analoge toepassing van artikel 198 Rv.1 Deze regels richten zich niet alleen tot de rechter, maar ook tot de onderzoekers. Uit deze procesrechtelijke regels kunnen enkele concrete gedragsnormen voor de onderzoekers worden afgeleid. Artikel 290 Rv, artikel 6 lid 1 EVRM en de fundamentele beginselen van procesrecht zijn niet rechtstreeks van toepassing op het onderzoek, omdat deze bepalingen uitsluitend van toepassing zijn op de procedure voor de rechter.2 Artikel 6 lid 1 EVRM en de fundamentele beginselen van procesrecht zijn echter wel van belang. Indirect normeren de procesrechtelijke regels die uit deze bepalingen voor de rechter kunnen worden afgeleid namelijk ook de handelwijze van de onderzoekers.3