Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/273
Profijtontneming, w.v.v. uit het houden van groter aantal opfokhennen, leghennen en kippen dan op bedrijf rustend pluimveerecht toelaat. Economische zaak. Heeft hof het aan art. 2 jo. art. 91 Sr ten grondslag liggende materiële territorialiteitsbeginsel geschonden door het in Duitsland verkregen voordeel bij voordeelberekening in aanmerking te nemen? HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op 19/04908 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a RO).
HR 04-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:182
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03040 P
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:182, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1426, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit het houden van groter aantal opfokhennen, leghennen en kippen dan op bedrijf rustend pluimveerecht toelaat. Economische zaak. Heeft hof het aan art. 2 jo. art. 91 Sr ten grondslag liggende materiële territorialiteitsbeginsel geschonden door het in Duitsland verkregen voordeel bij voordeelberekening in aanmerking te nemen? HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op 19/04908 (niet gepubliceerd; strafzaak, art. 80a RO).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03040 P
Datum 4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.