RvdW 2025/275:Groot aantal diefstallen (art. 310 Sr), verduistering (art. 321 Sr) en opzetheling (art. 416 lid 1 sub a Sr). Voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd, art. 38m jo. art. 38p Sr. 1. Vereisten van art. 38m lid 1 Sr. Kon hof bij zijn oordeel dat is voldaan aan vereisten voor opleggen van ISD-maatregel de vorige aan verdachte opgelegde ISD-maatregel en daaraan voorafgaande veroordelingen betrekken? 2. Bereidverklaring behandelvoorwaarde, art. 38p lid 5 Sr. Heeft hof in strijd met art. 38p lid 5 Sr bij opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel als bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte zich klinisch laat behandelen, zonder dat verdachte zich bereid heeft verklaard die behandeling te ondergaan? Ad 1. ’s Hofs oordeel dat rechter voor toepassing van art. 38m lid 1 onder 2 Sr ook veroordeling van verdachte (in 5 jaren voorafgaand aan het door hem begane feit) tot inmiddels tenuitvoergelegde ISD-maatregel in zijn beoordeling kan betrekken, is juist. Ad 2. Rechter die bij het opleggen van voorwaardelijke ISD-maatregel de in art. 38p lid 5 Sr bedoelde voorwaarde stelt dat verdachte zich ambulant of intramuraal laat behandelen, moet er in motivering van zijn beslissing blijk van geven dat verdachte zich bereid heeft verklaard die behandeling te ondergaan (vgl. 10 oktober 2023, RvdW 2023/1009). Hof heeft in zijn overwegingen het advies van reclasseringsinstelling betrokken, dat onder meer inhoudt: “In gesprek vertelt betrokkene meermaals dat hij open staat voor klinisch behandeltraject. Dit in tegenstelling tot zijn vorige ISD-maatregel waarin hij stellig bleef aangeven dat hij niet klinisch opgenomen wilde worden. (...) Gezien de motivatie die betrokkene momenteel laat zien, willen wij hem kans bieden om klinisch behandeltraject te doorlopen met als doel stabiliteit creëren op leefgebieden waardoor kans op recidive afneemt.” Tegen deze achtergrond heeft hof overwogen dat ‘verdachte thans hulpverlening lijkt te accepteren’. Daarmee heeft hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat verdachte zich bereid heeft verklaard behandeling a.b.i. art. 38p lid 5 Sr te ondergaan, en heeft het aan opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel bijzondere voorwaarden verbonden die o.m. inhouden dat verdachte zich klinisch en ambulant laat behandelen. ’s Hofs oordeel is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat wat door raadsman ttz. in hoger beroep naar voren is gebracht, niet anders kan worden opgevat dan dat verdachte niet de in art. 38p lid 5 Sr bedoelde bereidheid heeft. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. sanctieoplegging en terugwijzing.