Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/253
Verzekeringsrecht. Verzwijging; mededelingsplicht verzekeringnemer omtrent strafrechtelijk verleden ‘in niet voor misverstand vatbare termen’; maatstaf (art. 7:928 lid 5 BW).
HR 07-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:186
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04442
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht / Verzekeringsovereenkomst
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:186, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1013, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2024
- Wetingang
Art. 7:928 BW
Essentie
Verzekeringsrecht. Verzwijging; mededelingsplicht verzekeringnemer omtrent strafrechtelijk verleden ‘in niet voor misverstand vatbare termen’; maatstaf (art. 7:928 lid 5 BW).
Samenvatting
Art. 7:928 BW regelt de omvang van de precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer. Art. 7:928 lid 5 BW ziet op feiten omtrent het strafrechtelijk verleden en bepaalt dat de verzekeringnemer slechts verplicht is zodanige feiten mee te delen, voor zover zij (a) zijn voorgevallen binnen de acht jaren die aan het sluiten van de verzekering vooraf zijn gegaan en (b) de verzekeraar omtrent dat verleden uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld in niet voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.