Einde inhoudsopgave
RvdW 2012/1221
Verzoekster (Roemeense) dient naar aanleiding van een incident op het gemeentelijk politiebureau een klacht in met het verzoek om vervolging van twee agenten. Op enig moment tijdens de behandeling van de klacht leggen de twee agenten een rapport over dat op basis van een wettelijke bevoegdheid is opgemaakt door de burgemeester, de adjunct-burgemeester en acht andere leden van een gemeentelijke commissie voor sociaal toezicht over het gedrag van verzoekster in de gemeente. Die commissie schrijft daarin dat verzoekster zonder motief ruzies met anderen zoekt, dat zij de autoriteiten verafschuwt en kwaadwillend van aard is en dat zij haar leven wijdt aan het aanspannen van procedures. Voorts schrijft zij dat verzoekster in een psychiatrische opvang zou moeten worden opgenomen, dat zij niet de status van mens verdient en het uitschot van de gemeenschap is. Het rapport wordt door het gerecht pas later samen met overige dossierstukken aan verzoekster ter beschikking gesteld. Daarop dient zij tegen de auteurs een klacht in wegens smaad. Nadat de eerste klacht tegen de agenten om formele redenen niet ontvankelijk wordt verklaard, duurt het onderzoek naar de smaad voort. De betrokken commissieleden verklaren in dat verband enkel hun wettelijke taak te hebben uitgevoerd. De klacht wordt vervolgens mede vanwege het ontbreken van opzet ten aanzien van smaad afgewezen.
EHRM 20-12-2011, ECLI:CE:ECHR:2011:1220JUD001723204 (Balasoiu/Roemenië)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
20 december 2011
- Magistraten
Mrs. J. Casadevall, A. Gyulumyan, E. Myjer, I. Ziemele, L. López Guerra, M. Poalelungi, K. Pardalos
- Zaaknummer
17232/04
- LJN
BX9994
- Roepnaam
Balasoiu/Roemenië
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2011:1220JUD001723204, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 20‑12‑2011
- Wetingang
Art. 8 EVRM
Essentie
Bălăşoiu tegen Roemenië
Verzoekster (Roemeense) dient naar aanleiding van een incident op het gemeentelijk politiebureau een klacht in met het verzoek om vervolging van twee agenten. Op enig moment tijdens de behandeling van de klacht leggen de twee agenten een rapport over dat op basis van een wettelijke bevoegdheid is opgemaakt door de burgemeester, de adjunct-burgemeester en acht andere leden van een gemeentelijke commissie voor sociaal toezicht over het gedrag van verzoekster in de gemeente. Die commissie schrijft daarin dat verzoekster zonder motief ruzies met anderen zoekt, dat zij de autoriteiten verafschuwt en kwaadwillend van aard is en dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.