Einde inhoudsopgave
RvdW 2012/1223
Verzoeker, in Letland verdacht van onder meer moord, wordt in de Verenigde Staten aangehouden en in uitleveringsdetentie gehouden. De uitleveringsdetentie wordt door de Letse rechter niet meegeteld als “voorlopige hechtenis” waarmee rekening moet worden gehouden bij het berekenen van de maximale duur van de in Letland toegestand voorlopige hechtenis.
EHRM 20-12-2011, ECLI:CE:ECHR:2011:1220JUD007109201 (Zandbergs/Latvia)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
20 december 2011
- Magistraten
Mrs. J. Casadevall, C. Bîrsan, E. Myjer, J. Šikuta, I. Ziemele, N. Tsotsoria, K. Pardalos
- Zaaknummer
71092/01
- LJN
BX9998
- Roepnaam
Zandbergs/Latvia
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2011:1220JUD007109201, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 20‑12‑2011
- Wetingang
EVRM, art. 5 lid 1, art. 5 lid 3, art. 5 lid 4, art. 6 lid 1
Essentie
Zandbergs tegen Letland
Verzoeker, in Letland verdacht van onder meer moord, wordt in de Verenigde Staten aangehouden en in uitleveringsdetentie gehouden. De uitleveringsdetentie wordt door de Letse rechter niet meegeteld als “voorlopige hechtenis” waarmee rekening moet worden gehouden bij het berekenen van de maximale duur van de in Letland toegestand voorlopige hechtenis. Op 17 december 1999 geeft de Amerikaanse waarnemend Secretary of State toestemming voor de overlevering van verzoeker aan Letland om te worden vervolgd wegens moord. De feitelijke overlevering vindt plaats op 20 december 1999. Op dezelfde dag beveelt een Amerikaanse rechter de opschorting van de overlevering. In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.