Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.4.4.1
5.4.4.1 Inleiding
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS589920:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Illustratief zijn de Algemene Plusvoorwaarden voor particulieren van de Rabobank, versie 2018 en van Obvion, versie januari 2018. Deze zijn te vinden via https://www.rabobank.nl/images/19327_av_lening_van_uw_woning_29690965.pdf, resp. via www.obvion.nl > downloads > algemene voorwaarden > algemene voorwaarden hypotheek januari 2018. Art. 3 (‘Verbodsbepalingen voor de hypotheekgever’) sub k van de algemene voorwaarden voor hypotheken van beide instellingen bevat de volgende bepaling: “Zonder schriftelijke toestemming van de bank is het u niet toegestaan het onderpand in reparatie te geven of voor andere werkzaamheden af te staan als het onderpand als gevolg daarvan kan worden blootgesteld aan de uitoefening van een retentierecht.” Zou hierin een verplichting van de hypotheekgever kunnen worden gelezen om bij zijn wederpartij te bedingen dat deze zich niet beroept op een retentierecht? Het lijkt mij dat dit enkele beding daarvoor niet voldoende is. Het beding gaat uitsluitend over de verhouding hypotheekhouder-hypotheekgever en brengt niet een verplichting van de hypotheekgever om ook bij diens wederpartij, de aannemer, te bedingen dat deze zich op zijn beurt niet op een retentierecht beroept. Alleen deze bepaling in de algemene voorwaarden leidt niet noodzakelijkerwijs tot een overeenkomst hypotheekgever-aannemer, waaruit voor de hypotheekhouder als derde rechten voortvloeien. Het is wel voorstelbaar dat dit in het kader van hypothecaire financiering overeen wordt gekomen, maar daarvoor is deze bepaling in de algemene voorwaarden niet voldoende.
Men zou dit fenomeen ook ‘contractuele uitsluiting van het retentierecht’ kunnen noemen. Afstand doen bij voorbaat is mogelijk, zie in deze zin Tjittes 1992/19 met betrekking tot afstand van recht in algemene voorwaarden. Volgens Aaftink 1974, p. 69 kan men afstand doen van wilsrechten die onderdeel zijn van een relatief recht. De bevoegdheid gaat daardoor teniet.
221. Het is voorstelbaar dat een hypotheekhouder al in een vroeg stadium probeert te voorkomen dat hij last krijgt van een eventueel retentierecht.1 Een mogelijkheid is dat de hypotheekhouder en de aannemer afspreken, dat de aannemer bij voorbaat afstand doet van zijn retentierecht. Onder afstand doen van het retentierecht bij voorbaat versta ik de contractuele afspraak dat de schuldeiser het recht in de toekomst niet zal uitoefenen, ook al zijn de wettelijke vereisten vervuld.2 Ik zie hiervoor twee mogelijke wegen. Ten eerste kan de hypotheekgever op instigatie van de hypotheekhouder bij de aannemer bedingen dat deze afstand doet van zijn retentierecht jegens de hypotheekhouder. Ten tweede kan de hypotheekhouder zelf, al dan niet via een volmacht aan de hypotheekgever, met de aannemer overeenkomen dat hij afstand doet van het retentierecht, alleen jegens de hypotheekhouder. In deze paragraaf bespreek ik beide mogelijkheden. Het is denkbaar dat de afstand van het retentierecht op verzoek van de retentor gepaard gaat met de verschaffing van alternatieve zekerheid door de hypotheekhouder, zoals een bankgarantie of borgtocht.