Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.1:5.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS592304:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
164. Wanneer een schuldenaar in gebreke blijft met de voldoening van zijn vordering, kan het moment komen dat één of meer schuldeisers zich op zijn vermogen wil(len) verhalen. Ook de teruggehouden zaak komt in aanmerking voor verhaal door schuldeisers; het feit dat deze zich niet in de macht van de schuldenaar bevindt, staat aan uitwinning uiteraard niet in de weg. Wel kan het retentierecht feitelijk een drempel opwerpen bij de executie. Het kan zorgen voor een impasse, omdat executie met retentierecht niet aantrekkelijk is. Dat komt onder meer doordat het retentierecht niet is opgenomen in art. 3:273 BW en niet per definitie vervalt door zuivering. De executiekoper zal het retentierecht dan moeten respecteren (art. 3:291 lid 1 BW). Daarnaast is aan het retentierecht voorrang verbonden, waardoor mogelijk is dat uitwinning door een andere schuldeiser dan de retentor niet de moeite waard is.
In dit hoofdstuk behandel ik de positie van de retentor en van andere verhaalzoekende schuldeisers op de teruggehouden zaak in het kader van beslag-, pand- en hypotheekexecutie. Ik doe suggesties om uit de patstelling te geraken die het retentierecht bij uitwinning van de zaak buiten faillissement kan opwerpen. De zaak moet op een zeker moment weer beweging komen. Dat is in belang van het handelsverkeer. Dat belang ligt als normatieve keuze ten grondslag aan het recht dat betrekking heeft op executie. Executie beoogt een vastgelopen situatie weer in beweging te brengen en zij bewerkstelligt eigendomsoverdracht. Het leidmotief bij de beoordeling van de positie van de retentor bij executie is de verhandelbaarheid van de teruggehouden zaak. Het retentierecht kan allerlei partijen dwarszitten, maar in het kader van executie moet er een einde zijn aan de dwangpositie. De verschillende oplossingen die worden aangedragen voor de ontstane impasse beogen het belang van het handelsverkeer te dienen.
De opzet van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 5.2 komen een aantal algemene onderwerpen aan de orde op het vlak van beslag, executie en retentierecht. Deze vragen kunnen spelen ongeacht of het gaat om de executie van roerende, of onroerende zaken. In paragraaf 5.3 ga ik in op het geval, waarin een retentor eveneens een vuistpandrecht op roerende zaken heeft en de gevolgen van deze combinatie van hoedanigheden bij (pand- dan wel beslag)executie. Paragraaf 5.4 gaat over de samenloop tussen retentierecht en hypotheek bij hypotheekexecutie van onroerende zaken. Paragraaf 5.5 ten slotte, gaat in op de gevolgen van de blokkerende werking van beslag voor een posterieur retentierecht.
Ik veronderstel in dit hoofdstuk dat aan de vereisten voor het uitoefenen van het retentierecht tegen de schuldenaar zelf is voldaan. Het bestaan van het retentierecht is een voorwaarde voor derdenwerking tegen andere schuldeisers.