Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.1.7:2.1.7 Plan van aanpak
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.1.7
2.1.7 Plan van aanpak
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456692:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zet ik uiteen hoe de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht beter zou kunnen formuleren en daardoor meer richting kan geven aan de onderzoekers, waardoor deze het onderzoek efficiënter, sneller en goedkoper kunnen uitvoeren. In § 2.2 begin ik met een beschouwing over de formulering van de onderzoeksopdracht bij het deskundigenonderzoek in de civiele procedure. De wijze waarop de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht in de praktijk formuleert, bespreek ik in § 2.3. In § 2.4 en § 2.5 komen achtereenvolgens de beperkingen aan de orde die de Ondernemingskamer in acht moet nemen bij het bepalen van de periode waarop het onderzoek betrekking heeft en bij het bepalen van de omvang van het onderzoek. In§ 2.6 bespreek ik vervolgens een daarmee samenhangend onderwerp, namelijk in hoeverre de onderzoeksopdracht mede gericht mag zijn op anderen dan de rechtspersoon. Uit de vergelijking met het deskundigenonderzoek in de civiele procedure blijkt dat partijen tot op zekere hoogte betrokken worden bij de formulering van de onderzoeksopdracht. In § 2.7 bespreek ik in hoeverre de Ondernemingskamer partijen bij de formulering van de onderzoeksopdracht kan betrekken. De Ondernemingskamer kan tegelijk met het bevelen van het onderzoek ook bij wege van onmiddellijke voorziening bestuurders, commissarissen of beheerders van aandelen benoemen. Dat kan leiden tot een overlap in de aan de verschillende functionarissen toebedeelde taken. De verhouding tussen de onderzoekers en andere door de Ondernemingskamer benoemde functionarissen komt in § 2.8 aan de orde. In § 2.9 bespreek ik in hoeverre en hoe de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht kan aanpassen of verduidelijken alsmede de mogelijkheden die zij heeft om een aanvullend onderzoek te gelasten.