Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.1.3:2.1.3 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/2.1.3
2.1.3 Aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451881:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mijns inziens is “zal” te imperatief geformuleerd en kan beter “kan” worden gebruikt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Paragraaf 2 van de Aandachtspunten heeft betrekking op de omvang van het onderzoek. Aandachtspunt 2.1 herhaalt het bepaalde in artikel 2:345 lid 1 BW, namelijk dat het onderzoek betrekking kan hebben op de gehele omvang van het beleid en de gang van zaken van de betrokken rechtspersoon of een gedeelte daarvan en/of op een bepaald tijdvak. De toelichting hierop vermeldt sub 1 dat bij het “beleid van de rechtspersoon” niet alleen moet worden gedacht aan het beleid van het bestuur, maar ook aan dat van de overige (statutaire) organen van de rechtspersoon. Het beleid kan zowel betrekking hebben op het functioneren van de rechtspersoon als zodanig, als op de door de rechtspersoon in stand gehouden onderneming. Sub 2 vermeldt de toelichting dat alle personen die deel uitmaken van de (statutaire) organen van de rechtspersoon of anderszins daarbij een rol hebben gespeeld, bij het beleid van de rechtspersoon kunnen zijn betrokken.
In Aandachtspunt 2.2 komt de verhouding tussen de eerstefasebeschikking en het onderzoek aan de orde. De Ondernemingskamer schrijft dat de onderzoeker niet aan haar vaststellingen en waarderingen in de eerstefasebeschikking is gebonden, omdat deze een voorlopig karakter hebben. Wel zal de onderzoeker zich voor zijn onderzoek naar de relevante feiten en gebeurtenissen mede oriënteren op de eerstefasebeschikking.1
Aandachtspunt 4.1 bepaalt dat het onderzoeksverslag inzicht verschaft in het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon en beantwoordt aan de in de eerstefasebeschikking door de Ondernemingskamer geformuleerde onderzoeksopdracht.