Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.5.1:7.5.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.5.1
7.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS578278:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser-Vranken 1995, nrs. 72 en 80; Jessurun d'Oliveira 1999a, p. 140.
Zie Hart 1994, p. 94-95: de 'rule of recognition' is een 'secondary rule', die bepaalt welke regels als geldend recht zijn te beschouwen.
Vgl. Jessurun d'Oliveira 1973a, p. 40-41; in dezelfde zin Wiarda/Koopmans 1999, p. 130.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande paragraaf is bezien welke vorm een systeem van binding aan precedenten in concreto kan aannemen. In Engeland blijkt de gebondenheid van de rechter aan precedenten te zijn uitgewerkt in aantal zeer specifieke regels (de 'rules of precedent'), die aangeven op welke wijze de rechter met eerdere uitspraken dient om te gaan.
Thans kan de vraag aan de orde komen of ook het Nederlandse rechtssysteem, evenals het Engelse, een bepaalde regel van (juridische) binding aan precedenten kent, en zo ja, wat deze dan concreet inhoudt. Het probleem bij de beantwoording van deze vraag is dat een dergelijke 'precedentregel' - als zij al kan worden aangenomen - nergens met zoveel woorden is neergelegd: niet in enige wettelijke bepaling1 en evenmin in uitspraken van rechters. Hieruit kan echter niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat van binding aan precedenten in ons recht dus geen sprake is. Een regel die inhoudt dat de rechter in bepaalde gevallen of in bepaalde mate gebonden is aan precedenten is immers te beschouwen als een (ongeschreven) 'metaregel'2 - men kan ook zeggen: zij maakt deel uit van de 'rule of recognition'3 van ons recht - waarvan het bestaan uiteindelijk slechts af te leiden is uit de feitelijk bestaande en geaccepteerde praktijk onder rechters, advocaten, wetenschappers, (andere) juristen et cetera.4
Teneinde de hier gestelde vraag te kunnen beantwoorden, dient derhalve met name gelet te worden op de in rechtspraak en literatuur levende opvattingen ter zake. Hieruit kan vervolgens worden gedestilleerd in hoeverre naar huidige rechtsopvattingen enige normatieve waarde (ofwel: bindende werking) aan precedenten toekomt.