RvdW 2025/491:Verlaten plaats ongeval na ruzie bij drive-in van restaurant, art. 7 lid 1 sub b WVW. Post-Keskin. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep herhaald verzoek tot horen van aangeefster, op de grond dat dit onmiskenbaar irrelevant of overbodig is. Zijn afwijzing en gebruik van eerder door aangeefster afgelegde verklaring voor bewijs verenigbaar met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 20 april 2021, NJ 2021/173, m.nt. J.M. Reijntjes en HR 21 december 2021, NJ 2022/72, inhoudende dat belang bij horen van getuige moet worden voorondersteld als het gaat om getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al belastende verklaring heeft afgelegd, en mogelijkheid voor rechter om dit verzoek af te wijzen als (opnieuw) horen van getuige voor bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben. Verzoek van verdachte om aangeefster te horen als getuige, houdt verband met zijn ontkenning dat hij bestuurder was van de op zijn naam gestelde auto, waarmee ongeval is veroorzaakt. Hof heeft dit verzoek afgewezen, omdat door aangeefster afgelegde verklaring betrekking heeft op f&o die door andere resultaten van strafrechtelijk onderzoek (verklaring van drie andere getuigen) al buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan. Dit oordeel is niet toereikend gemotiveerd. Hof heeft verklaring van aangeefster, die belastende strekking heeft, voor bewijs gebruikt. Hof heeft aan die verklaring ontleend dat zij heeft gezien dat bestuurder van auto na incident, waarbij bestuurder met die auto tegen auto van aangeefster is aangereden, in zijn auto is gestapt en is weggereden, zonder zijn gegevens achter te laten. Daarnaast heeft hof betrokken dat aangeefster heeft verklaard dat bestuurder is te zien op een door getuige gemaakt filmpje. Op dit filmpje waarneembare persoon is door verbalisant geïdentificeerd als verdachte. Deze f&o zijn niet al buiten redelijke twijfel komen vast te staan o.g.v. verklaringen van andere getuigen. Hof heeft immers verklaringen van twee van die getuigen niet voor bewijs gebruikt. Ook verklaring van derde getuige is niet toereikend. Weliswaar heeft ook deze getuige waargenomen dat bestuurder na incident in zijn auto is gestapt en is weggereden zonder zijn gegevens achter te laten, maar verklaring van die getuige heeft geen betrekking op wat op het door getuige gemaakte filmpje waarneembaar is. HR neemt verder in aanmerking dat hof niet ervan blijk heeft gegeven te hebben nagegaan of procedure, ook zonder dat verdediging de aangeefster als getuige heeft kunnen ondervragen, voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. Volgt vernietiging en terugwijzing.