Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/4.4.5
4.4.5 Met instemming van de uitgevende instelling is een verzoek om toelating tot de handel gedaan
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS498758:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De handel die voorafgaat aan de daadwerkelijke toelating van financiële instrumenten tot de handel, wordt ook wel aangeduid met de termen '-handel' (waarbij het acroniem staat voor as, if and when issued) of 'grijze markt'.
Om dezelfde reden is destijds de werkingssfeer van het transactieverbod van art. 46 Wte 1995 (oud) uitgebreid met 'effecten waarvan aannemelijk is dat deze spoedig aan een zodanige beurs zullen worden genoteerd'. Zie Kamerstukken II, 1996-1997, 25 095, nr. 3, p. 4-5. Op deze wenselijke uitbreiding van de werkingssfeer van het transactieverbod had Doorenbos overigens reeds enkele jaren eerder terecht gewezen. Zie Doorenbos, diss. (1992), p. 35 en 512.
Zie Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34(2008), p. 197. Mogelijk anders: Roth, Ondememingsrecht 2005, p. 533. Volgens Roth beschikt de uitgevende instelling op het moment van het toelatingsverzoek over een grote hoeveelheid koersgevoelige informatie, die vervolgens onverwijld openbaar gemaakt moet worden. Naar mag worden aangenomen, zal de AWW-handel pas door de marktexploitant worden toegestaan nadat een prospectus door de uitgevende instelling openbaar is gemaakt. Zie in dit verband ook art. 6801/1 van Euronext Rule Book 1 voor de aanvullende noteringsvereisten voor toelating tot de notering van effecten op basis van 'ij:and-when issued/ delivered' . Zo is vereist dat de uitgevende instelling afdoende maatregelen treft om voldoende informatie beschikbaar te stellen aan de markt, door middel van een prospectus of een gelijkwaardig document.
De openbaarmakingsplicht van art. 5:25i Wft geldt eveneens voor de uitgevende instelling waarvan nog geen financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt dan wel een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland, maar die wel een verzoek heeft gedaan om toelating van die financiële instrumenten tot de handel op een dergelijke handelsplatform.1 De achtergrond van deze uitbreiding van de openbaarmakingsplicht is dat verhandeling van deze financiële instrumenten mogelijk is vanaf het moment dat een verzoek om toelating tot de handel door of namens de uitgevende instelling is ingediend.2 Om die reden mag van de uitgevende instelling vanaf dat moment verlangd worden dat de markt adequaat wordt geïnformeerd door naleving van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie.3
Deze uitbreiding van de werkingssfeer van art. 5:25i Wft lijkt voor de praktijk overigens niet van groot belang, omdat op het moment van het indienen van een verzoek om toelating tot de handel van bepaalde financiële instrumenten door of namens de uitgevende instelling al een prospectus gepubliceerd zal zijn.4 Dit impliceert dat alle voor de toelating tot de handel relevante informatie reeds door middel van een prospectus openbaar zal zijn gemaakt. Na openbaarmaking van het prospectus zal de uitgevende instelling kunnen volstaan met openbaarmaking van koersgevoelige informatie indien en zodra deze ontstaat (art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft). Indien zich na goedkeuring van het prospectus, maar voorafgaand aan de afsluiting van de aanbieding van de effecten, een koersgevoelig feit voordoet dat kwalificeert als een "belangrijke nieuwe ontwikkeling", dient een document ter aanvulling op het prospectus gepubliceerd te worden (art. 5:23 lid 1 Wft). De uitgevende instelling kan overigens niet volstaan met het document ter aanvulling op het prospectus omdat art. 5:25m lid 2 Wft met betrekking tot koersgevoelige informatie de uitgifte van een persbericht verlangt (zie § 7.9).