Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/5.1
5.1 Inleiding
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS495060:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 5:53 lid 1 Wft geeft verder nog een bijzondere definitie van voorwetenschap met betrekking tot grondstoffenderivaten: 'Voorzover het grondstoffenderivaten betreft wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, in afwijking van de vorige volzin, onder voorwetenschap verstaan: bekendheid met niet openbaar gemaakte informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een of meer grondstoffenderivaten, van welke informatie beleggers in die grondstoffenderivaten bekendmaking mogen verwachten op grond van marktpraktijken die gebruikelijk zijn op de gereglementeerde markt of de multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:96 waarop die grondstoffenderivaten worden verhandeld.' Zie § 4.6 voor de betekenis van deze begripsomschrijving.
Zie het opschrift van hoofdstuk III (Bepalingen over uitstel algemeenverkrijgbaarstelling koersgevoelige informatie) van het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft.
Zie het opschrift van hoofdstuk 3 (Meldingsverplichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement) van het Besluit marktmisbruik Wft.
Ik realiseer mij dat ik hiermee afwijk van de door Doorenbos en Roth ingezette lijn. Zie Doorenbos, Ondememingsrecht 2005, p. 75-83; Roth, Ondememingsrecht 2005, p. 532-538. Met mijn afwijkende aanduiding bevind ik mij echter in het goede gezelschap van Nieuwe Weme en Stevens. Zie Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34 (2008), p. 175-275.
Ingevolge art. 5:25i lid 2 Wft heeft de voor uitgevende instellingen geldende openbaarmakingsplicht betrekking op:
"(...) informatie als bedoeld in de definitie van voorwetenschap in artikel 5:53, eerste lid, die rechtstreeks op haar betrekking heeft (...)."
Aldus wordt met deze verwijzing naar art. 5:53 lid 1 Wft1 voor wat betreft de door uitgevende instellingen openbaar te maken informatie aangeknoopt bij de begripsomschrijving van 'voorwetenschap'. Dit begrip wordt in art. 5:53 lid 1 Wft' als volgt omschreven:
"bekendheid met informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een uitgevende instelling als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, waarop de financiële instrumenten betrekking hebben of omtrent de handel in deze financiële instrumenten, welke informatie niet openbaar is gemaakt en waarvan openbaarmaking significante invloed zou kunnen hebben op de koers van de financiële instrumenten of op de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten."
Teneinde de precieze reikwijdte van de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen te kunnen vaststellen, zullen de samenstellende onderdelen van het begrip 'voorwetenschap' aan een nader onderzoek moeten worden onderworpen. Uit art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft kan worden afgeleid dat de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen ontstaat indien en zodra informatie aan de navolgende bestanddelen voldoet:
de informatie is concreet (zie § 5.4);
de informatie heeft rechtstreeks betrekking op de uitgevende instelling (zie § 5.5);
de informatie is niet openbaar gemaakt (zie § 5.6); en
openbaarmaking van de informatie zou significante invloed kunnen hebben op de koers van fmanciële instrumenten van de uitgevende instelling of op de koers van daarvan afgeleide financiële instrumenten (zie § 5.7).
In aanvulling op deze vier bestanddelen van het begrip 'voorwetenschap' geldt blijkens art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft dat de openbaarmakingsplicht eerst ontstaat indien de uitgevende instelling met deze informatie bekend is (zie § 5.8).
Bij de betekenis van elk van deze bestanddelen van het begrip 'voorwetenschap' en het voor de uitgevende instelling geldende bekendheidsvereiste zal hierna uitvoerig worden stilgestaan. Nadat in dit hoofdstuk de betekenis van deze bestanddelen in meer abstracte termen is vastgesteld, zullen vervolgens in hoofdstuk 6 meer concrete voorbeelden daarvan worden uitgewerkt.
Tot slot van deze inleiding plaats ik nog een terminologische opmerking. Naar de letter genomen, is een uitgevende instelling verplicht om op grond van art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft voorwetenschap openbaar te maken. De wetgever is echter niet tekstvast. Zo wordt op diverse plaatsen in het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft2 en het Besluit marktmisbruik Wft3 gesproken van koersgevoelige informatie. Ook in deze studie zal — zoals dat immer gebruikelijk is geweest in de context van de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen — het begrip `koersgevoelige informatie' gehanteerd worden.4