Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/5.10:5.10 Is informatie al 'rijp' voor openbaarmaking?
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/5.10
5.10 Is informatie al 'rijp' voor openbaarmaking?
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS495049:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.J.G.C. Raaijmakers in zijn annotatie onder het advies van de Adviescommissie Fondsenreglement van 20 januari 2003, JOR 2003/119 (Petroplus International N.V.).
In dezelfde zin Schreurs, Uniken Venema-bundel (2003), p. 90-91; Schreurs, Ondernemingsrecht 2005, p. 188.
Zie De Serière, TVVS 1998, p. 139.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de doctrine wordt wel gesteld dat koersgevoelige informatie niet openbaar behoeft te worden gemaakt voordat dergelijke informatie 'rijp' is voor openbaarmaking. Hoewel deze gevleugelde uitdrukking lijkt aan te geven dat bepaalde informatie met betrekking tot de uitgevende instelling nog verder tot ontwikkeling dient te komen alvorens de naleving van de openbaarmakingsplicht van art. 5:25i Wft voor de uitgevende instelling actueel wordt, is de precieze betekenis van deze uitdrukking niet eenduidig aan te geven.
Ter illustratie van het uiteenlopende gebruik dat van deze uitdrukking wordt gemaakt, geef ik twee voorbeelden. Raaijmakers1 stelt bijvoorbeeld:
"De wijze waarop de onderneming zich een oordeel vormt over de vraag of zich een "28h-feit of —gebeurtenis" voordoet, behoeft noodzakelijkerwijs zowel in tijd alsook inhoudelijk enige discretionaire ruimte, want de markt wordt immers niet gediend met `onrijp' nieuws dat spoedig correctie behoeft."
In dit geval heeft Raaijmakers met de aanduiding 'onrijp' nieuws het oog op de kwaliteit van de informatie die op enig moment door de uitgevende instelling openbaar gemaakt moet worden. Van 'onrijpe' informatie zal sprake zijn wanneer informatie bijvoorbeeld nog niet kwantificeerbaar is of er bestaan andere onzekerheden die afbreuk kunnen doen aan de duidelijkheid van de mededeling van de uitgevende instelling, terwijl die onzekerheden op korte termijn wel kunnen worden weggenomen.2 Vertaald naar het huidige begrippenkader van art. 5:53 lid 1 Wft zal Raaijmakers wellicht bedoeld hebben te zeggen dat 'onrijpe' informatie onvoldoende 'concreet' is (zie § 5.4). Hierbij past wel onmiddellijk een kanttekening. Terecht wordt gesteld dat de effectenmarkt niet gediend is met 'onrijpe' informatie ten aanzien waarvan eerst nog verder feitenonderzoek nodig is. De uitgevende instelling kan echter niet altijd wachten tot bepaalde feiten tot op de bodem zijn uitgezocht. In een aantal adviezen heeft de Adviescommissie Fondsenreglement van Euronext Amsterdam duidelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden de uitgevende instelling soms kunnen nopen mededelingen in algemene bewoordingen te doen, zo nodig ter toelichting hierop vergezeld van informatie over de achterliggende gebeurtenissen (zie hiervoor § 5.4, § 6.3.2 en § 6.3.10).
Een ander voorbeeld van het gebruik dat van deze uitdrukking kan worden gemaakt, is te vinden bij De Serière.3 Hij stelt dat:
"(...) van ondernemingen niet in redelijkheid verwacht mag worden dat zij koersgevoelige informatie publiceren voordat dergelijke informatie 'rijp' is voor publicatie; dit zal eerst het geval zijn indien en wanneer de desbetreffende informatie niet meer concurrentiegevoelig is en de onderneming haar strategische, tactische en commerciële positie ten opzichte van die informatie heeft vastgesteld; niet eerder."
In dit geval ziet het gebruik van het onderscheid tussen 'rijpe' tegenover 'onrijpe' informatie mijns inziens op iets geheel anders. In dit geval raakt deze kwalificatie de vraag of met het uitstellen van openbaarmaking van koersgevoelige informatie een rechtmatig belang van de uitgevende instelling gediend is (zie daarover § 5.12). Mij dunkt overigens dat De Serière de sluizen voor de uitgevende instelling om uitstel te nemen van openbaarmaking van koersgevoelige informatie wegens een rechtmatig belang hier veel te ver openzet.
Uit deze voorbeelden blijkt dat openbaarmaking van koersgevoelige informatie soms nog niet aan de orde is, omdat de informatie (nog) niet voldoet aan alle bestanddelen van koersgevoelige informatie als bedoeld in art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft. Maar evenzeer is denkbaar dat de informatie wel voldoet aan alle bestanddelen van koersgevoelige informatie, maar dat de uitgevende instelling een rechtmatig belang heeft bij uitstel van openbaarmaking daarvan (art. 5:25i lid 3 Wft). Om het niet openbaar maken van deze informatie te rechtvaardigen, wordt in beide situaties door de uitgevende instelling wel een beroep gedaan op het zogenaamde 'nog niet rijp zijn' van de bewuste informatie. Tegen een dergelijk niet-juridisch taalgebruik bestaat op zichzelf geen bezwaar, zolang maar onderkend wordt dat er tussen beide hiervoor vermelde situaties juridisch-technisch een relevant verschil bestaat.