Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.4.2.1:4.4.2.1 Inleiding
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/4.4.2.1
4.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577101:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtersregelingen hebben steeds betrekking op de mvulling van een bepaalde vorm van beslissmgsruimte die de rechter heeft bij de behandeling of beslissing van zaken.1 Hoewel theoretisch gezien uiteraard alle rechtsregels, zowel geschreven als ongeschreven, de rechter beslissingsruimte kunnen bieden, gaat het bij rechtersregelingen in de praktijk steeds om beslissingsruimte die uit een door de wetgever vastgestelde regel voortvloeit.2 In het navolgende zal de aandacht daarom vooral uitgaan naar uit wettelijke regels voortvloeiende vormen van rechterlijke beslissingsruimte. De reden voor de wetgever om beslissingsruimte aan de rechter te laten, kan onder meer gelegen zijn in de wens een flexibele hantering van bepaalde bevoegdheden mogelijk te maken, of in het feit dat de wetgever niet goed kan voorzien wat voor gevallen zich in de toekomst zullen voordoen, zodat hij genoodzaakt is met een min of meer open norm te volstaan.3
Rechterlijke beslissingsruimte kan zich in diverse varianten voordoen. In § 2.10 is, bij de behandeling van een aantal voor de praktijk belangrijke rechtersregelingen, bij wijze van voorlopige onderverdeling een drietal hoofdvormen onderscheiden: (a) gevallen waarin de rechter over een 'discretionaire bevoegdheid' beschikt, (b) gevallen waarin de rechter de hoogte van een bepaalde vergoeding moet vaststellen, en (c) gevallen waarin de betekenis van een (wettelijke) regel of een daarin voorkomende term nader moet worden vastgesteld.
Thans wordt het tijd dieper in te gaan op de vraag, waarin de beslissingsruimte van de rechter precies kan bestaan. Het antwoord hierop is, zoals later nog zal blijken, namelijk van belang voor de juridische beoordeling van rechtersregelingen.4 In de voorliggende paragraaf gaat het overigens in eerste instantie om de vraag, welke vormen van beslissingsruimte voor de rechter uit de wet voortvloeien, en pas in de tweede plaats om de vraag op welke wijze deze ruimte eventueel wordt ingevuld via een rechtersregeling.