Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/490
Opzettelijk handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij. 1. Kon hof oordelen dat b.p. geestelijke schade heeft geleden die is aan te merken als aantasting in persoon ‘op andere wijze’? Art. 6:106 sub b BW. 2. Verweer dat geen causaal verband bestaat tussen bewezenverklaard feit en schade. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:431
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/03929
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:431, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:45, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Essentie
Opzettelijk handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij. 1. Kon hof oordelen dat b.p. geestelijke schade heeft geleden die is aan te merken als aantasting in persoon ‘op andere wijze’? Art. 6:106 sub b BW. 2. Verweer dat geen causaal verband bestaat tussen bewezenverklaard feit en schade. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03929
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 oktober 2022, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.