Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/7.2.11.2
7.2.11.2 Sinds al-khawaja & tahery
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 141.
EHRM 19 juli 2012, appl.no. 29881/07 (Sievert/Duitsland), § 65. Zie ook EHRM 17 april 2014, appl.no. 9154/10 (Schatschaschwili/Duitsland), § 77 en EHRM 17 september 2013, appl.no. 23789/09 (Brzuszczyń ski/Polen), § 90.
Niet zo sterk, omdat het ontbreken van extreme care geen duidelijke invloed had op de beoordeling van het EHRM of het ondervragingsrecht was geschonden.
Anders: Keane 2012, p. 419.
Het ehrm heeft de hiervoor geciteerde overweging met betrekking tot extreme care uit het arrest Doorson geciteerd in het arrest Al-Khawaja & Tahery, in een overweging waarin een argument van de Britse regering werd verworpen.1 In de jurisprudentie sinds Al-Khawaja & Tahery is de eis van extreme care niet meer genoemd in algemene overwegingen. Bij de concrete beoordeling van zaken onderzocht het ehrm ook niet meer zelfstandig of aan deze eis was voldaan. In de zaak Sievert overwoog het ehrm: ‘In these circumstances the Court is satisfied that the necessary care was applied in the evaluation of G. and H.’s statements.’2 Het ehrm trok deze conclusie nadat het – in het kader van de beoordeling van compensatie – had onderzocht op welke wijze de nationale rechter de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring had onderzocht. Hoewel de woorden ‘necessary care’ de suggestie wekken dat deze zorgvuldige beoordeling door de rechter een vereiste is om de getuigenverklaring voor het bewijs te gebruiken, vermoed ik dat het ehrm slechts heeft beoogd aan te geven dat de rechter zo behoedzaam met de getuigenverklaring was omgegaan dat dit als compenserende factor in aanmerking mocht worden genomen.
Het lijkt er al met al op dat het ehrm de – toch al niet zo sterke3 – eis van extreme care heeft verlaten.4 De zorgvuldige beoordeling van de betrouwbaarheid speelt nog steeds een rol, aangezien hierin compensatie kan worden gevonden. Daarmee is de extreme care niet langer een eis waaraan in alle gevallen moet worden voldaan, maar een omstandigheid die kan voorkomen dat het ondervragingsrecht geschonden wordt geacht.