Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/596
Medeplegen oplichting (art. 326 lid 1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van herkenningen, art. 359 lid 2 Sv. 2. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 2. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 31 mei 2022, RvdW 2022/580). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 360 dagen kan worden toegepast. Samenhang met 22/03960 P (niet gepubliceerd).
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:621
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/03958
- Conclusie
​A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:621, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:153, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
Essentie
Medeplegen oplichting (art. 326 lid 1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. betrouwbaarheid van herkenningen, art. 359 lid 2 Sv. 2. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 2. Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 31 mei 2022, RvdW 2022/580). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 360 dagen kan worden toegepast. Samenhang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.