Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.9.3
7.6.9.3 De wijze waarop de onderzoekers gelegenheid kunnen bieden opmerkingen te maken op het conceptverslag
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453030:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.1.2.3.
Leijten & Nieuwe Weme 2012, p.154.
Zie § 7.3.4.3.
Zo ook de memorie van toelichting op artikel 2:351 lid 4 BW, Haantjes & Olden 2013, p. 179 (Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 38-39): “Dit geeft de desbetreffende personen de mogelijkheid om desgewenst commentaar te leveren op gegevens of conclusies die henzelf raken” (cursief toegevoegd).
Vgl. OK 28 juni 2001, JOR 2001/148, m.nt. F.J.P. van den Ingh (De Vries Robbé Groep), r.o. 3.3. Deze uitspraak dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet aanpassing enquêterecht, maar ik denk dat de Ondernemingskamer thans niet anders zou oordelen.
De wet geeft de onderzoekers de mogelijkheid om wederhoor toe te passen door het gehele conceptverslag of relevante passages daaruit aan de betrokken partij voor commentaar over te leggen. Dit blijkt uitdrukkelijk uit de totstandkomingsgeschiedenis en impliciet ook uit de formulering van de derde volzin van artikel 2:351 lid 4 BW, die spreekt over “het concept verslag of delen daarvan”.1 De onderzoekers zullen de partijen die recht hebben op wederhoor in ieder geval die delen uit het conceptverslag moeten voorleggen waarin wezenlijke op hen betrekking hebbende bevindingen staan. Leijten en Nieuwe Weme achten het raadzaam dat de onderzoekers alle passages waarin de betrokkene voorkomt in conceptvorm voorleggen.2 Dat voorkomt volgens hen een discussie over de vraag of bevindingen over een bepaalde persoon al dan niet wezenlijk zijn, en het mogelijk nodeloos inschakelen van de raadsheer-commissaris. Indien passages niet wezenlijk of relevant zijn, zullen daar volgens hen ook geen opmerkingen over worden gemaakt. Om die reden zijn zij voor een ruime inzagebevoegdheid in het conceptverslag. Ik deel hun opvatting niet zonder meer. Het voordeel van een ruime inzagemogelijkheid is dat de partij die opmerkingen mag maken het gehele conceptverslag in samenhang kan lezen en van commentaar kan voorzien. Het nadeel is echter dat het conceptverslag breder bekend wordt gemaakt dan nodig is voor het bieden van de gelegenheid om over de inhoud daarvan opmerkingen te maken. Dat verdraagt zich niet met de vertrouwelijkheid van het onderzoek. Ook als de inhoud van het conceptverslag mogelijk koersgevoelig is, is een beperkte inzagemogelijkheid aangewezen. De onderzoekers zullen bij hun besluit alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten nemen.
Omdat de rechtspersoon bij het gehele onderzochte beleid betrokken is, heeft deze in beginsel recht op inzage in het volledige conceptverslag.
De onderzoekers mogen partijen geen beperkingen opleggen bij het geven van commentaar op het conceptverslag. Het recht op tegenspraak brengt mee dat de partijen niet alleen commentaar mogen geven op de feitelijke bevindingen van de onderzoekers, maar ook op hun beoordeling daarvan. In de praktijk is het nogal eens voorgekomen dat de onderzoekers partijen probeerden beperkingen met betrekking tot de inhoud van de reactie op te leggen.3 Partijen behoeven zich hier echter niets van aan te trekken.4 Om die reden is het begrijpelijk dat de Ondernemingskamer een verweer van partijen over een door de onderzoekers opgelegde beperking om op het verslag te reageren, niet zwaar genoeg vindt om het verslag niet in haar beoordeling te betrekken.5