Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.9.6:7.6.9.6 Verwerking van de opmerkingen in het verslag
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.9.6
7.6.9.6 Verwerking van de opmerkingen in het verslag
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451836:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de toelichting op Aandachtspunt 4.4.
Vgl. artikel 198 lid 2 Rv, waarin dit wel wettelijk is geregeld.
Leidraad deskundigen in civiele zaken nr. 25.
Vgl. R-C OK 31 maart 2016, ARO 2016/96 (J. de Jong Holding c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoekers zijn gehouden om acht te slaan op de opmerkingen die partijen op het conceptverslag hebben gemaakt. Het is verder aan hen om te bepalen of die op- en aanmerkingen hun aanleiding geven het verslag aan te passen.
De wet schrijft niet voor dat de onderzoekers in het verslag moeten vermelden op welke wijze zij partijen de gelegenheid hebben geboden opmerkingen te maken over het conceptverslag. Dit voorschrift komt wel voor in de Aandachtspunten.1 Naar mijn mening zou dit bij een toekomstige wijziging van de regeling van het enquêterecht als wezenlijke verplichting in de wet moeten worden opgenomen.2
De Leidraad deskundigen in civiele zaken schrijft voor dat de deskundigen de opmerkingen van partijen als bijlage aan het deskundigenbericht hechten.3 Naar mijn mening zouden de onderzoekers in de enquêteprocedure in beginsel de opmerkingen van partijen niet aan het onderzoeksverslag moeten hechten. De reden is dat, anders dan bij het deskundigenbericht er bij het onderzoek in de enquêteprocedure meerdere partijen zijn betrokken en niet alle partijen het conceptverslag hebben ontvangen. Als de reacties van de partijen die opmerkingen mochten maken aan het onderzoeksverslag worden gehecht, kunnen de andere partijen daaruit afleiden wat de onderzoekers hebben aangepast. Dat is, gezien de vertrouwelijkheid van het onderzoek, niet wenselijk. Voor zover de onderzoekers opmerkingen van partijen op het conceptverslag erin verwerken, is het niet nodig daarover specifiek iets in het verslag op te merken (anders dan dat wederhoor de onderzoekers aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het conceptverslag). Als de onderzoekers opmerkingen van partijen op het conceptverslag niet verwerken, zullen zij in het verslag op hoofdlijnen moeten uitleggen waarom zij dat niet hebben gedaan.
Indien de onderzoekers ten opzichte van het eerste concept wezenlijke wijzigingen in het verslag aanbrengen, kan het beginsel van hoor en wederhoor meebrengen dat zij de partij ten aanzien van wie de bevindingen in negatieve zin zijn aangepast, de gelegenheid moeten bieden ook op het aangepaste verslag opmerkingen te maken, alvorens het te finaliseren. Dit is ter beoordeling van de onderzoekers. Het is voor een partij niet mogelijk via de raadsheer-commissaris af te dwingen dat zij de mogelijkheid krijgt om op een tweede conceptverslag opmerkingen te maken. De raadsheer-commissaris beschikt immers niet over de conceptverslagen en kan daarom niet beoordelen of de onderzoekers wezenlijke wijzingen in het verslag hebben aangebracht.4