Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.9:5.5.9 Een strikte norm
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.9
5.5.9 Een strikte norm
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346106:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gedoeld wordt op het arrest Kloosterbrink/Eurocommerce, zie m.n. paragraaf 5.5.8.2 in dit boek.
HR 25 november 1927, NJ 1928/368, m.nt. P. Scholten (Kretzschmar/Mendes de Leon).
HR 23 januari 2004, NJ 2005/510 (Ponteceen/Van Straten).
Zie over deze ratio achter informatieplichten in het privaatrecht het proefschrift Jansen 2012, p. 15-30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toegegeven kan worden dat de zorgvuldigheid die van de bestuurder vereist wordt in de beschreven situatie, weinig speelruimte biedt aan de bestuurder. De bestuurder die bewust onwaarheden ventileert over de kredietwaardigheid van de onderneming en weet dat de schuldeiser op basis daarvan zal handelen, is aansprakelijk. Zoals uit de bespreking van de bestaande rechtspraak bleek, heeft deze norm reeds eerder – zij het soms enigszins verhuld1 – toepassing gevonden. In Kretzschmar/Mendes de Leon, waarin de basis werd gelegd voor de aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van onrechtmatige daad, ging het in wezen ook om aansprakelijkheid wegens het verstrekken van onjuiste informatie over de onderneming. De onrechtmatigheid bestond in die zaak erin dat ‘een bestuurder (…) tegen beter weten in, althans beter moetende weten, een geheel scheeve voorstelling’ had gegeven van de stand van zaken in de door hem bestuurde vennootschap.2 Gewezen kan nog worden op een uitspraak uit 2004. In die zaak, waarvan de feiten veel gelijkenis vertonen met de feiten zoals deze zich in Kretzschmar/Mendes de Leon voordeden, werd ook aansprakelijkheid van de bestuurder aangenomen wegens onjuiste informatieverstrekking.3 De bestuurder werd in die zaak verweten in het kader van de verkoop van de aandelen van de door hem bestuurde vennootschappen de koper onjuist te hebben geïnformeerd over de werkelijke vermogenstoestand van de vennootschappen.
In financieel woelige tijden zal deze norm ontegenzeggelijk een beperkende werking hebben op de onderhandelingsruimte van de bestuurder. Die beperking is gerechtvaardigd als bedacht wordt dat het door middel van leugenachtigheid betrekken van de ander in een rechtsbetrekking niet alleen moreel twijfelachtig is, maar ook raakt aan het rechtens te respecteren belang van de schuldeiser (en eenieder ander) om geen financiële beslissingen te hoeven nemen op grond van door derden verstrekte bewust onware informatie.4