Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.10:5.10 Conclusie
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.10
5.10 Conclusie
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346112:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk stond in het teken van de identificatie van normen die voor de bestuurder gelden buiten de gevallen van strafbare oplichting en flessentrekkerij. In de situatie dat de bestuurder een onjuiste mededeling doet over de onderneming is voor de normstelling aansluiting gezocht bij de naar Engels recht geldende ‘tort of deceit’ en de normen die zijn ontwikkeld in het kader van de aansprakelijkheid van professionele dienstverleners. Op grond hiervan is een zorgvuldigheidsnorm geformuleerd die erop neerkomt dat de bestuurder aansprakelijk is indien hij bewust een onjuiste voorstelling van zaken creëert jegens de schuldeiser wetende dat de schuldeiser op grond daarvan en in vertrouwen daarop de overeenkomst zal sluiten. Bij mededelingen die niet onjuist zijn maar wel in belangrijke opzichten onvolledig, is de te vergen maatschappelijke zorgvuldigheid geconcretiseerd met behulp van het Engelse leerstuk van ‘negligent misstatements’ en algemene leerstukken over onvolledige informatieverstrekking. Ten aanzien van de opzettelijke verzwijging is een soortgelijke analyse gemaakt aan de hand van het Engelse recht en het Nederlandse leerstuk inzake mededelingsplichten. Bij alle onderzochte gedragingen bleek het door de bestuurder gewekte en bij de schuldeiser gerechtvaardigd ontstane vertrouwen de grondslag van de aansprakelijkheid te zijn.