Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.5:5.5.5 Civielrechtelijke gevolgen van de leugen volgens Houwing
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.5
5.5.5 Civielrechtelijke gevolgen van de leugen volgens Houwing
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS344883:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Houwing wijdde zijn in 1948 ter gelegenheid van de vijfendertigste dies natalis van de Nederlandse Economische Hoogeschool uitgesproken rede geheel aan de onwaarheid in het privaatrecht. Zijn vertrekpunt is dat al onze handelingen geschieden op de grondslag van onze voorstellingen van feiten.1 Die voorstellingen, zo vervolgt hij, verkrijgen wij door eigen waarneming, maar ook door mededelingen van anderen. Indien de mededelingen onwaar zijn en wij ze voor waar aannemen, handelen we op grond van onjuiste voorstellingen en spreekt het vanzelf dat dit tot schade voor onszelf of voor anderen kan leiden. Degene, nu, die de onjuiste voorstelling van zaken heeft gewekt, behoort rechtens verplicht te zijn de daardoor ontstane schade te vergoeden, aldus Houwing. De aldus vereiste maatschappelijke betamelijkheid vat de auteur in een zorgvuldigheidsnorm die in veel opzichten gelijk is aan de Engelse ‘tort of deceit’. Wie een onware mededeling doet, is aansprakelijk, indien hij weet of behoorde te weten dat in vertrouwen op de waarheid der mededeling gehandeld zal worden, zo luidt volgens Houwing de tot een ieder gerichte maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm.2 De onware mededeling is niet slechts een onjuiste mededeling, maar een mededeling waarvan de spreker de onjuistheid kende. In de ontleding en de toepassing van deze norm is de bestuurder die onwaarheden verspreidt over de door hem bestuurde vennootschap Houwing meermaals tot voorbeeld.3 De gelijkenissen met de Engelse ‘tort of deceit’ en de besproken rechtspraak over de aansprakelijkheid van de professionele beroepsbeoefenaar wegens onjuiste informatieverstrekking springen in het oog waar het gaat om het ontbreken van een vereiste van voorzienbaarheid van de schade. Zowel Houwing als de Engelse rechter en de Nederlandse rechter in het kader van de beroepsaansprakelijkheid (jegens derden) achten diegene aansprakelijk die een mededeling doet waarvan hij weet dat deze onwaar is en waarvan hij weet dat de geadresseerde in vertrouwen daarop zal handelen.
De verschillen tussen de ‘tort of deceit’ en Houwings benadering betreffen in de kern de wetenschapsvereisten. Waar de ‘tort of deceit’ enkel wetenschap van de onjuiste mededeling en van de geneigdheid van de ander daarop te handelen de betrokkene civielrechtelijk aanrekent, acht Houwing ook het ‘behoren te weten’ van zowel de onjuistheid van de informatie als de geneigdheid van de wederpartij om daarop zijn handelen te baseren in de gegeven situatie maatschappelijk onbetamelijk. Die verschillen nemen echter aan sterkte af indien wordt bedacht dat in het Engelse leerstuk van ‘negligent misstatements’ het onzorgvuldig ‘niet weten’ voldoende grond kan zijn voor aansprakelijkheid. Zoals in het navolgende zal blijken, vereist het aannemen van aansprakelijkheid in dat geval wel iets extra’s. Ook Houwing liet het oordeel over wat de spreker ‘behoort te weten’ afhangen van de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer in dit opzicht pleegt te worden in acht genomen.