Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.6:5.5.6 Het beginsel ‘gij zult een ander niet op het foute been zetten’
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/5.5.6
5.5.6 Het beginsel ‘gij zult een ander niet op het foute been zetten’
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346105:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meer recent besteedde ook Schoordijk in een artikel in het WPNR aandacht aan wat hij noemt het rechtsbeginsel ‘gij zult een ander niet op het foute been zetten’.1 Op meerdere vlakken komt hij tot de conclusie dat het beginsel zelfstandig bestaansrecht heeft en in de kern de grondslag vormt voor veel gevallen van aansprakelijkheid. Met name bij de tot voorbeeld strekkende Beklamel-gevallen onderscheidt zijn bijdrage zich doordat hij de kwalijkheid van de desbetreffende gedragingen zoekt in het op het ‘foute been zetten van de schuldeiser’.2 Het is de verkeerde voorstelling van zaken door de bestuurder ten opzichte van de schuldeiser door het verzwijgen van essentiële informatie die hem aansprakelijk maakt voor de opgetreden schade. Het aannemen van aansprakelijkheid van de bestuurder in het geval hij een onware mededeling doet over de financiële toestand van de vennootschap wetende dat de schuldeiser daarop afgaande de overeenkomst zal sluiten, is te schragen door de (schending van de) concrete gedragsnorm die uit het door Schoordijk geformuleerde rechtsbeginsel voortvloeit.