Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/
Verhandeling
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS358233:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tegen de achtergrond van de plicht tot behoorlijke motivering die op verzekeraar rust, moet worden aangenomen dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat wanneer de verzekeraar zijn afwijzing op een bepaalde grond heeft doen steunen, hij daarop niet kan terugkomen door haar nadien, wanneer die grond onjuist is gebleken, op een andere grond te baseren. Of het terugkomen niet (meer) vrijstaat, zal afhangen van de bijzonderheden van het geval. Een belangrijk aspect is daarbij of de verzekerde door de handelwijze van de verzekeraar is benadeeld. Verder is onder meer van belang de mate van precisie van de aanvankelijk aangevoerde grond, de mate van stelligheid waarmede deze is verwoord, alsmede of het gaat om een verzoek van de verzekerde een standpunt te willen innemen in verband met door hem te maken kosten dan wel om een verzoek om dekking van reeds geleden schade. Zie HR 3 februari 1989, NJ 1990, 476, alsook Clausing 1998, nr. 4.3.5 en Scheltema/Mijnssen 1998, nr. 6.11 en de daar genoemde uitspraken.
Deze terminologie is ontleend aan Wery-Mendel, Hoofdzaken 2004, p. 91.
Zoals hiervoor is aangegeven is er in de kern een tweetal belangrijke punten waarover de verzekeraar een standpunt moet innemen. Dat is (a) de vraag naar de dekking onder de polis en, zo er dekking is, over (b), de vraag naar de vaststelling van de hoegrootheid van de schade.
De vraag naar de dekking (a) vertaalt zich in een aantal deelvragen, zoals die naar het bestaan van de verzekeringsovereenkomst, de verwezenlijking van het risico en een eventueel beroep door de verzekeraar op een dekkingsbeperking of een uitsluiting onder de polis. De deelvragen hebben met elkaar gemeen dat de verzekeraar in al deze gevallen een verzoek om dekking niet dan na behoorlijk onderzoek dient af te wijzen en dat hij de (gehele of gedeeltelijke) afwijzing duidelijk behoort te motiveren.1 De (bewijsrechtelijke) gevolgen die een afwijzing met zich meebrengen, zal ik hieronder onder hoofdstuk 7 bespreken.
Voor de vraag onder (b), die van de hoogte van de schade, geldt dat partijen hierop al bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst kunnen anticiperen, zowel als het gaat om de vaststelling van de waarde van de zaak voor het evenement (de voortaxatie) als de vaststelling van de hoegrootheid van de schade na de verwezenlijking van een verzekerd risico (de nataxatie van de schade).2