Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.4.6
6.4.6 Recht op rechtsbijstand
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459092:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.6.6.4.
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 50-51.
Vgl. artikel 2:2 lid 3 Awb.
Alle in artikel 2:351 BW genoemde personen staan tot de rechtspersoon in een bijzondere relatie als bedoeld in regel 16 lid 3 Gedragsregels 1992 (voor zover deze bepaling al rechtstreeks van toepassing zou zijn).
Vgl. voor het (voorlopig) getuigenverhoor HR 19 september 2003, NJ 2005/454, m.nt. W.D.H. Asser (Van Hulst/Van Eeuwijk), r.o. 3.6. Zie over de wijze waarop het interview kan plaatsvindenen de verslaggeving daarvan verder § 7.6.6.
Bij het verstrekken van inlichtingen aan de onderzoekers hebben de in artikel 2:351 BW bedoelde personen het recht zich te laten bijstaan door een advocaat.1 Blanco Fernández, Holtzer en Van Solinge erkennen dat de personen met wie de onderzoekers gesprekken voeren in verband met het onderzoek in beginsel recht hebben op rechtsbijstand. Zij menen echter dat dit recht op bijstand niet onbeperkt is en dat dit recht in het belang van het onderzoek kan worden beperkt.2 Ik ben dat niet met hen eens voor zover het gaat om bijstand door een advocaat. Het recht op bijstand door een advocaat is absoluut en kan niet door een beweerdelijk onderzoeksbelang worden beperkt.3 De tot het verstrekken van inlichtingen verplichte persoon is vrij in de keuze van zijn advocaat. Zolang er geen sprake is van een tegenstrijdig belang kan hij zich desgewenst door de advocaat van de rechtspersoon laten bijstaan, ook als de onderzoekers dat in het onderzoeksbelang liever niet zouden hebben.4 De door de onderzoekers te horen personen mogen ook door hun advocaat op het gesprek met de onderzoekers worden voorbereid. Het is ook wenselijk dat de te horen personen zich voorbereiden op het gesprek met de onderzoekers door zich op de hoogte te stellen van schriftelijke stukken of kennis te nemen van andere gegevens die eraan kunnen bijdragen dat zij hun geheugen opfrissen en op een adequate wijze op vragen zullen kunnen antwoorden. Sterker nog: dat kan ook van hen worden gevergd.5