Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.4.2:6.4.2 Totstandkomingsgeschiedenis
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.4.2
6.4.2 Totstandkomingsgeschiedenis
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456665:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze bepaling was niet opgenomen in de wet van 1929 en evenmin in het oorspronkelijke wetsvoorstel dat leidde tot de wet van 1971. In het voorlopig verslag merkte de Tweede Kamer op dat het horen van personen, dat toch van essentiële betekenis voor het onderzoek kan zijn, niet werd vermeld, en vroeg zij een daartoe strekkende bepaling in artikel 53b WvK op te nemen.1 De Kamer vroeg verder of personeelsleden, wanneer zij gehoord zouden worden, zich op een bedrijfsgeheim zouden kunnen beroepen, hetgeen, aldus de Kamer, onlogisch zou zijn aangezien het wezen van een enquête is feiten en omstandigheden die geheim zijn, op het spoor te komen. Bij nota van wijziging werd artikel 53b WvK van het wetsvoorstel aangevuld met de huidige derde zin van artikel 2:351 lid 1 BW, zij het dat de verplichting toen nog alleen rustte op de bestuurders, commissarissen en werknemers van een (naamloze) vennootschap.2 Bij de invoering van Boek 2 BW in 1976 is de tekst aangepast aan het feit dat sindsdien ook andere rechtspersonen voorwerp van een enquête kunnen zijn. Bij de wetswijziging in 1994 heeft nog een aanpassing plaatsgevonden in verband met de uitbreiding van het enquêterecht tot cv’s en vof’s waarvan de rechtspersoon beherend vennoot is.