Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.9
2.9 Enige varia
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577092:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het is uiteraard moeilijk voorbeelden te geven van rechtersregelingen die niet bekendgemaakt zijn. Zie voor enige empirische gegevens op het gebied van het bestuursrecht Ten Berge e.a. 1996, hoofdstuk 6.
Ktr. Amsterdam 17 mei 2002, Prg. 2003,5969; het bestaan van dit tarief is eveneens te kennen uit HR 9 december 1994 (Smit/De Moor), NJ 1995, 250 (zie r.o. 3.3 van de HR, alsmede de Conclusie van A-G Bloembergen, sub 2.3).
HR 7 september 2001 (Y. en R. /Spliet q.q. en Van Oorspronk), NJ 2001,562 m.nt. PvS; vgl. hierover ook Asser, Groen & Vranken 2003, p. 258, noot 578.
Hof 's-Hertogenbosch 30 oktober 1996, NJ 1997, 491.
Inmiddels bestaat een recentere versie van deze beslagsyllabus; zie hierover § 2.3.
Zie hierover ook de noot van Snijders onder HR 26 februari 1999 (Ajax/Reule), N] 1999, 717.
HR 26 februari 1999, NJ 1999, 717 m.nt. HJS.
HR 3 oktober 2003 (Ontvanger/Heemhorst), RvdW 2003, 155.
Te vinden onder Hof Leeuwarden/Actualiteiten.
Zie www.rechtspraak.nl (onder Rechtbank Amsterdam/Informatie).
Deze bepaling houdt kort gezegd in, dat wanneer het Betekeningsverdrag van toepassing is en een in het buitenland woonachtige gedaagde niet is verschenen, de rechter zijn beslissing dient aan te houden totdat is gebleken dat de betekening van het stuk dat het geding inleidt, is geschied conform de bepalingen van het verdrag en de betekening zo 'tijdig' heeft plaatsgevonden dat de gedaagde gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.
Zie over dit rapport § 2.5.
Zie www.rechtspraak.nl (onder Rechtbank Roermond/Civiele sector).
Te vinden via www.rechtspraak.nl, onder Rechtbank Maastricht/Informatie voor de advocatuur.
De rechtersregelingen die tot dusver zijn besproken, behoren tot de meer bekende exemplaren van deze regelsoort: zij zijn alle gepubliceerd, bijvoorbeeld via media als de Staatscourant en de website van de rechterlijke macht (www.rechtspraak.nl), en hebben ook in de juridische literatuur (enige) inhoudelijke aandacht gekregen. Daarnaast bestaat echter nog een vrij omvangrijk 'grijs' gebied aan rechtersregelingen die minder of in het geheel geen bekendheid genieten. Lang niet alle rechtersregelingen worden immers buiten de kring van het betrokken gerecht of de betrokken gerechten bekendgemaakt.1
In uitzonderingsgevallen komt een dergelijke ongepubliceerde regeling wel eens naar buiten via een rechterlijke uitspraak. Zo overwoog de Kantonrechter Amsterdam dat bij zijn kantongerecht 'sinds jaar en dag' een vast tarief wordt gehanteerd voor de toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten.2 Uit een arrest van de Hoge Raad valt af te leiden dat (onder meer) in het arrondissement Zutphen een beleid is ontwikkeld, inhoudend dat curatoren in faillissementen ervan mogen uitgaan dat de rechter-commissaris toestemming zal geven tot de onderhandse verkoop van een tot de boedel behorend goed zonder dat, voorafgaand aan onderhandelingen over de verkoop daarvan, toestemming aan de rechter-commissaris behoeft te worden gevraagd.3 Het Hof 's-Hertogenbosch verwees in een arrest naar de (in § 2.3 reeds besproken) afspraak van het presidentenoverleg, inhoudend dat een dagvaarding in kort geding geldt als 'eis in de hoofdzaak' als bedoeld in art. 700 lid 3 Rv.4 Deze afspraak was neergelegd in (een bijlage bij) een 'beslagsyllabus' uit 1993,5 met daarin een overzicht van aanbevelingen en beleidsbesluiten van de vergadering van rechtbankpresidenten met betrekking tot het conservatoir beslag, bestemd voor intern gebruik.6 In het arrest Ajax/Reule7 formuleerde de Hoge Raad nadien een met deze afspraak overeenstemmende rechtsregel. Hetzelfde geldt overigens voor de eveneens in genoemde beslagsyllabus opgenomen afspraak dat onder 'eis in de hoofdzaak' mede een belastingaanslag moet worden begrepen: ook deze afspraak is inmiddels door de Hoge Raad 'overgenomen'.8
Ook op de website van de rechterlijke macht, www.rechtspraak.nl, komt men na enig zoeken bij verschillende gerechten rechtersregelingen tegen (overigens onder uiteenlopende benamingen), waarvan ik er hierna een aantal uitlicht.
a) Hof Leeuwarden: de 'alimentatievrije voet' voor draagkrachtberekeningen
Het Hof Leeuwarden stelt iedere zes maanden een 'alimentatievrije voet' vast, die gebruikt wordt ten behoeve van draagkrachtberekeningen. De bedragen worden gepubliceerd via www.rechtspraak.nl.9
b) Rechtbank Amsterdam: het 'Pamaskompas'
De Rechtbank Amsterdam publiceert op haar website de tekst van het 'Pamaskompas', een boekje met informatie voor de advocatuur in het arrondissement Amsterdam. Hierin zijn, naast zaken als telefoonnummers en openingstijden, 'de richtlijnen zoals deze gelden binnen de rechtbank' opgenomen.10 Deze richtlijnen hebben bijvoorbeeld betrekking op het gelasten van comparities en pleidooien, de wijze waarop verzoekschriften moeten worden ingediend en de gang van zaken in kort geding. Voorts wordt hierin onder meer aangegeven wanneer volgens de rechtbank sprake is van een 'tijdige betekening' in de zin van art. 15 van het Haags Betekeningsverdrag11 en aangekondigd dat de rechtbank met ingang van 1 april 2001 bij het berekenen van buitengerechtelijke kosten het rapport Voor-werk II12 van de NVvR hanteert.
c) Rechtbank Roermond: 'Protocol burgerlijk procesrecht in dagvaardingszaken'
Op de website van de Rechtbank Roermond vindt men een 'Protocol burgerlijk procesrecht in dagvaardingszaken',13 waarin enige vernieuwingen die het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft gebracht (o.a. de substantiërings- en bewijsaandraagplicht, de comparitie na antwoord als uitgangspunt in alle zaken en de beperking van repliek/dupliek en pleidooi), alsmede 'het terzake door de civiele sector van de Rechtbank Roermond vastgestelde beleid' uiteen worden gezet.
Zo wordt aangegeven welke procedure wordt gevolgd indien de dagvaarding niet voldoet aan de vereisten van art. 111 lid 3 Rv: indien de gedaagde verschijnt zal bij vonnis worden bevolen de gebreken in de dagvaarding binnen twee weken te herstellen. Tevens vermeldt de rechtbank de sanctie die zij hieraan (op de voet van art. 21/22 Rv) zal verbinden: de proces- en exploot-kosten in verband met het herstel zijn steeds voor rekening van eiser, terwijl het niet of onvoldoende herstellen van verzuimen kan leiden tot niet-ontvanke-lijkheid. Iets soortgelijks geldt ten aanzien van de bewijsaandraagplicht van gedaagde (art. 128 lid 5 Rv): indien niet tijdig wordt voldaan aan een verzoek van de rechtbank om gebreken op dit punt te herstellen, kunnen daaraan consequenties worden verbonden zoals bijvoorbeeld een kostenveroordeling, het terzijde laten van feitelijke stellingen of het niet toestaan van een voorgebrachte getuige.
d) Rechtbank Haarlem: 'Regels' m.b.t. de comparitie na antwoord (art. 131 Rv)
De Rechtbank Haarlem vermeldt op www.rechtspraak.nl bij de toepasselijke reglementen onder meer 'Regels met betrekking tot de comparitie na antwoord ex art. 131 Rv'. Hierin wordt onder andere bepaald dat toezending van stukken uiterlijk twee weken vóór de comparitie dient plaats te vinden, dat een eventuele conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie genomen dient te worden (bij gebreke waarvan de rechter de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht, bijvoorbeeld door het verlenen van een akte van niet-dienen) en dat een wijziging van eis die ter zitting wordt gedaan, op schrift moet worden gesteld. Voorts wordt aangegeven dat indien na comparitie een tussenvonnis wordt gewezen, partijen desgewenst daarna nog een conclusie of akte zullen mogen nemen. Tot slot wordt de bevoegdheid van art. 134 lid 1, laatste zin Rv (het weigeren van pleidooi) nader ingevuld: indien partijen op de comparitie hun standpunt in voldoende mate mondeling uiteen hebben kunnen zetten, wordt in beginsel geen gelegenheid voor pleidooi gegeven.
e) Rechtbank Maastricht: 'Circulaires' voor de advocatuur
Bij de Rechtbank Maastricht worden via de website onder meer 'circulaires' voor de advocatuur gepubliceerd.14 Een van deze circulaires vermeldt onder andere het beleid ter zake van de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten bij contradictoire procedures, verstekprocedures en beslagrekesten. Voorts wordt een aantal 'uitgangspunten' opgesomd die in beginsel worden gehanteerd ten aanzien van de comparitie na antwoord. Zo wordt na een comparitie in beginsel geen gelegenheid gegeven voor repliek en dupliek, tenzij een verzoek daartoe behoorlijk wordt gemotiveerd en de rechter re- en dupliek noodzakelijk acht uit oogpunt van hoor en wederhoor, dan wel voor een goede instructie van de zaak. Voor het nemen van een conclusie na enquête gelden soortgelijke criteria; voor een dergelijke conclusie wordt door de rechtbank geen toestemming verleend voorzover zij slechts een bespreking van de bewijsmiddelen inhoudt.