NJ 1997, 491
TRIPS-verdrag en kort geding
Hof 's-Hertogenbosch 30-10-1996, ECLI:NL:GHSHE:1996:AD4657
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
30 oktober 1996
- Magistraten
Wachter, Brandenburg, Quaedvlieg
- Zaaknummer
KG198/96/BR
- LJN
AD4657
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:1996:AD4657, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 30‑10‑1996
- Wetingang
Rv (oud) art. 289; Rv (oud) art. 290; Rv (oud) art. 291; Rv (oud) art. 292; Rv (oud) art. 293; Rv (oud) art. 294; Rv (oud) art. 295; Rv (oud) art. 296; Rv (oud) art. 297; TRIPS-Overeenkomst art. 50
Essentie
TRIPS-verdrag en kort geding.
Samenvatting
Vraag of het Nederlandse kort geding beschouwd moet worden als een ‘provisional measure’ in de zin van art. 50 van de Agreement on trade-related aspects of intellectual property rights (Trips-verdrag) moet ontkennend beantwoord worden. Geen verplichting om, na een in kort geding getroffen voorziening op het terrein van dit verdrag, alsnog een bodemprocedure aanhangig te maken om de voorziening te laten voortduren.1
Partij(en)
C.A.A. van der Lans, te Dordrecht, appellante, proc. mr. J.N.D.M. Kager, adv. mr. R.C.K. van Oerle en mr. C.J.M. Omloo,
tegen
Mundial Decor Internationaal N.V., te Herenthout, België, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.