Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.7
2.7 Aanbevelingen Kring van Kantonrechters (de 'kantonrechters-formule')
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS578291:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor enige statistische gegevens Scholtens 2004a, p. 4.
Thans dus art. 7:685 BW.
De Aanbevelingen zijn o.a. gepubliceerd in SMA 1997, p. 20-26. Zie voor een toelichting Van der Meer & Rensink 1997; zie over de voorgeschiedenis van de Aanbevelingen Scholtens 1998.
Zie SMA 1998, p. 294-297 en SMA 1999, p. 530-532. Zie voor een evaluatie van de Aanbevelingen Van der Meer 2003.
Met de inwerkingtreding van de Wet verbetering poortwachter (Wet van 29 november 2001, Stb. 2001, 628) op 1 april 2002 is deze eis komen te vervallen.
Zie hierover Van der Meer & Rensink 1997, p. 17. De desbetreffende aanbeveling 3.4 heeft overigens nadien een enigszins genuanceerdere formulering gekregen (zie Adv.bl. 1998, p. 721-722); dit lijkt echter in het hier bedoelde uitgangspunt geen wezenlijke verandering te hebben gebracht.
Zie bijv. de overzichten gegeven door Scholtens 2003a en b en Scholtens 2004a en b.
Art. 7:685 BW geeft de mogelijkheid een arbeidsovereenkomst wegens 'gewichtige redenen' door de kantonrechter te doen ontbinden. Indien de kantonrechter het ontbindingsverzoek toewijst, kan hij daarbij aan een der partijen (doorgaans de werknemer), ten laste van de wederpartij, een 'billijke vergoeding' toekennen (art. 7:685 lid 8 BW). De ontbindingsprocedure vormt in de praktijk een belangrijke manier om tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten te komen.1
Teneinde tot meer uniformiteit te komen bij de behandeling van ontbin-dingsverzoeken - met name ten aanzien van de toe te kennen vergoedingen -werden in november 1996 door de plenaire vergadering van de Kring van Kantonrechters de 'Aanbevelingen voor procedures ex art. 7A:1639w BW'2 (unaniem) vastgesteld.3 Nadien zijn de Aanbevelingen bij twee gelegenheden aangevuld en gewijzigd.4
Op dit moment zijn er vijf aanbevelingen, die onder meer betrekking hebben op de duur van de ontbindingsprocedure, de wijze van oproeping van de verwerende partij, de inhoud en motivering van de ontbindingsbeschikking en de uitleg van de tot 1 april 2002 geldende eis dat bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer de werkgever bij indiening van een ontbindingsverzoek een reïntegratieplan dient bij te voegen.5 De voor de praktijk belangrijkste aanbeveling is echter de zogeheten 'kantonrechtersformule', die de berekening van ontbindingsvergoedingen betreft. Indien de rechter besluit een vergoeding toe te kennen, wordt deze berekend volgens de formule A x B x C, waarbij A staat voor het (gewogen) aantal dienstjaren, B voor (kort samengevat) het bruto maandsalaris, en C een 'correctiefactor' is, die met het oog op de bijzondere omstandigheden van het geval (bijvoorbeeld de mate van verwijtbaarheid aan beide zijden) kan worden ingevuld. Uitgangspunt is hierbij dat in geval van een 'neutrale' ontbinding C gelijk is aan l.6 In de praktijk blijkt een C-factor groter dan 2 (hoge) uitzondering te zijn.7