Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.4.5.2:6.4.5.2 Het familiale verschoningsrecht
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.4.5.2
6.4.5.2 Het familiale verschoningsrecht
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455463:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rutgers & Flach 1988, p. 238.
HR 8 mei 1998, NJ 1998/606 (B./P.C. c.s.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het familiale verschoningsrecht is geregeld in artikel 165 lid 2 onder a Rv. Dit artikel bepaalt dat van de getuigplicht zich kunnen verschonen: de echtgenoot en de vroegere echtgenoot dan wel de geregistreerde partner en de vroegere geregistreerde partner van een partij, alsmede de bloed- of aanverwanten van een partij of van de echtgenoot of geregistreerde partner van een partij, tot de tweede graad ingesloten, tenzij de partij in hoedanigheid optreedt. Leent deze bepaling zich voor analoge toepassing op de inlichtingenplicht en het verhoor van getuigen op grond van artikel 2:352a BW? In de enquêteprocedure zijn partij: een of meer verzoekers, de rechtspersoon en eventuele belanghebbenden. Indien degene die verzocht wordt inlichtingen te verschaffen of als getuige op de voet van artikel 2:352a BW wordt opgeroepen, een familielid is van de verzoeker(s) of van een belanghebbende dan kan hij zich verschonen. Het familiale verschoningsrecht berust op een door de wetgever gemaakte afweging, waarbij het belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt minder zwaarwegend is geoordeeld dan het belang dat personen die tot een procespartij in één van de in artikel 165 lid 2 onder a Rv omschreven relaties staan, niet moeten kunnen worden gedwongen om in een zaak van die partij te getuigen. Motief voor dit oordeel was het deze personen besparen van gewetensnood.1 Alleen de getuige zelf bepaalt of hij gebruikmaakt van de bevoegdheid om zich van de getuigplicht te verschonen. Indien hij er gebruik van maakt, behoeft de getuige niet te motiveren waarom hij zich op het verschoningsrecht beroept.2 Alles afwegende, meen ik dat als aannemelijk is dat het voldoen aan de inlichtingenplicht in het onderzoek of in een getuigenverhoor als bedoeld in artikel 2:352a BW ertoe zou kunnen leiden dat die verklaring kan worden gebruikt tegen een familielid en deze persoon in een gewone civiele procedure een beroep op het familiale verschoningsrecht had kunnen doen, hij dat ook in het onderzoek in de enquêteprocedure kan doen. Ik merk verder op dat in artikel 284 lid 3 Rv, waarin wordt bepaald dat het familiale verschoningsrecht in sommige procedures niet van toepassing is, de bevoegdheden van de onderzoekers in de enquêteprocedure niet worden genoemd.