Openbaarmaking van koersgevoelige informatie
Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/8.3.4:8.3.4 Een tussenbalans
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/8.3.4
8.3.4 Een tussenbalans
Documentgegevens:
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS501151:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis van Regulation FD is een aantal lessen te trekken. Gebleken is dat de federale effectenwetgeving van de USA op een wezenlijk onderdeel een geheel ander uitgangspunt hanteert dan onze Nederlandse effectenwetgeving. De federale effectenwetgeving kent voor uitgevende instellingen geen algemene openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie (zie § 2.5). Verder is gebleken dat de Amerikaanse voorwetenschapswetgeving vermoedelijk geen soelaas biedt voor het bestrijden van de als ongewenst beschouwde praktijk van selectieve openbaarmaking van koersgevoelige informatie door uitgevende instellingen. Dit gegeven heeft de SEC ertoe gebracht a novel and bold idea te ontwikkelen. De vondst bestond uit het creëren van een openbaarmakingsplicht voor een bijzondere situatie, namelijk voor het geval door een uitgevende instelling koersgevoelige informatie selectief aan één of meer marktdeelnemers wordt verstrekt. In een dergelijk geval is de uitgevende instelling verplicht koersgevoelige informatie óók aan de gehele effectenmarkt te verstrekken. De precieze werking van deze bijzondere openbaarmakingsplicht is afhankelijk gesteld van de wijze waarop material nonpublic information door een uitgevende instelling aan een derde is medegedeeld: intentional dan wel non-intentional.