Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/8.1
8.1 Inleiding
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499982:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Daarnaast zullen de activiteiten van uitgevende instellingen in het kader van het investor relations-beleid erop zijn gericht de gehele effectenmarkt te informeren door bijvoorbeeld de openbaarmaking van periodieke financiële info/made en persberichten waarin koersgevoelige informatie is opgenomen. In dit hoofdstuk wordt uitsluitend ingegaan op de door uitgevende instellingen onderhouden selectieve contacten waarbij slechts een beperkt aantal marktdeelnemers is betrokken.
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 12.
Zie art. 3 van de Richtlijn transacties van ingewijden.
Wet van 26 maart 1998 tot wijziging van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 teneinde de effectiviteit van deze wet op het gebied van het bestrijden van gebruik van voorwetenschap te verbeteren (Stb. 1998, 320).
Zie Kamerstukken II, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 12. In de bewuste passage wordt overigens verwezen naar art. 47 Wte 1995 (oud).
Zie bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad van 29 augustus 2006 (Hedge funds sinds juni uit op contact met bestuur Ahold). Ahold had bekend gemaakt dat zij een brief had ontvangen van de hedge funds Centaurus en Paulson die tot een dialoog wensten te komen over een beoogde herstructurering van Ahold, terwijl daarnaar op dat moment door het bestuur een onderzoek werd uitgevoerd. Deze dialoog heeft Ahold aanvankelijk afgewezen. Pas na de presentatie van de nieuwe bedrijfsstrategie door Ahold heeft een ontmoeting met de hedge funds plaatsgehad. Zie Het Financieele Dagblad van 22 november 2006 (Ahold praat met Paulson). Door Ahold werd medegedeeld: 'We behandelen hen zoals we alle belangrijke, grote aandeelhouders behandelen. We hebben ze een toelichting gegeven op onze strategie zoals we die enkele weken geleden hebben gepresenteerd. Niets anders. Het was volgens onze bestuurders een open en constructief gesprek.' Het bestuur van Ahold heeft met de bereidheid een gesprek over de retail review aan te knopen nadat het onderzoek was uitgevoerd en de strategie was uitgezet, duidelijk te kennen gegeven bij wie de verantwoordelijkheid terzake berust.
Ik vermeld hier nog dat Stork voorafgaand aan deze Investor Day een persbericht heeft uitgegeven met de highlights van de te geven presentaties.
Gedoeld wordt op de Best practices for investor relations, zoals deze door IR-functionarissen van uitgevende instellingen in mei 2003 zijn vastgesteld.
Zie www.philips.com.
Zie het annual report van AkzoNobel over 2008, p. 11.
In zijn oratie uit 1998 stelde Eisma nog dat hij niet in staat was om te zeggen of in Nederland het moment al is aangebroken waarop de omvang van het fenomeen van selectieve contacten tussen beursvennootschappen en institutionele beleggers in Nederland zo is toegenomen dat van een gebruikelijke praktijk kan worden gesproken. Zie Eisma, oratie (1998), p. 35. Sindsdien lijkt voornamelijk als gevolg van de Corporate Governance Code en de toegenomen invloed van (buitenlandse) aandeelhouders veel veranderd te zijn. Dit heeft Honée ertoe gebracht om te oordelen dat het plaatsvinden van investor relations contacten op de Nederlandse kapitaalmarkt inmiddels een gevestigd gebruik is geworden. Zie Honée, Serie WO, deel 57(2007), p. 24.
Uitgevende instellingen plegen geregeld selectieve contacten te onderhouden met diverse marktdeelnemers, zoals beleggingsanalisten en institutionele beleggers. Met het onderhouden van dergelijke selectieve contacten, die ook wel investor relations worden genoemd, wordt gewoonlijk beoogd aan deze marktdeelnemers een nauwkeurig beeld te geven van de (financiële) prestaties en de vooruitzichten van de uitgevende instelling.1 Het uiteindelijke doel van het door een uitgevende instelling gevoerde investor relations-beleid zal zijn om aldus invloed uit te oefenen op de beoordeling door de effectenmarkt van de positionering en de reputatie van de uitgevende instelling ten opzichte van haar concurrenten, en daarmee ook op de waardering van de door de uitgevende instelling uitgegeven en op de effectenmarkt verhandelde financiële instrumenten. Minstens zo belangrijk is dat een uitgevende instelling door het onderhouden van dergelijke contacten zal kunnen vernemen op welke wijze de effectenmarkt haar performance en vooruitzichten beoordeelt. Een succesvol investor relations-beleid zal er onder meer toe kunnen leiden dat de uitgevende instelling tegen zo laag mogelijke kosten vermogen op de effectenmarkt kan aantrekken.
De Nederlandse wetgever heeft zich slechts beperkt ingelaten met de normering van dergelijke selectieve contacten. Blijkens de wetgeschiedenis2 wordt slechts tegen een bepaalde vorm van selectieve informatieverschaffing krachtig stelling genomen:
"Selectieve openbaarmaking van koersgevoelige informatie aan bepaalde groepen of personen kan (...) het vertrouwen van beleggers in de integriteit van de financiële markten schaden."
Eenzelfde notie is te lezen in overweging 24 van de preambule van de Richtlijn marktmisbruik:
"Een snelle en eerlijke bekendmaking van informatie verhoogt de marktintegriteit, terwijl de selectieve bekendmaking van informatie door emittenten het vertrouwen van beleggers in de integriteit van de financiële markten kan schaden."
In het oog springt dat de beperking tot het selectief bekendmaken van informatie die als koersgevoelig kan worden aangemerkt — zoals de Nederlandse wetgever die hanteert — in deze overweging van de Richtlijn marktmisbruik niet voorkomt. De Europese wetgever houdt het dus kennelijk voor mogelijk dat ook reeds selectieve bekendmaking van informatie die (nog) niet als koersgevoelig kan worden aangemerkt, het vertrouwen van beleggers kan schaden en daarom, zo mag worden aangenomen, zo veel mogelijk vermeden dient te worden.
Dat het onderhouden van selectieve contacten er in beginsel niet toe mag leiden dat koersgevoelige informatie met bepaalde marktdeelnemers wordt uitgewisseld, en dat ingeval dat onverhoopt wel zou gebeuren zonder dat daarvoor een goede reden bestaat, het vertrouwen van beleggers in de integriteit van de effectenmarkt daardoor kan worden geschaad, zal geen verwondering wekken Immers, sinds begin 1999 is — in het voetspoor van de Richtlijn transacties van ingewijden3 — in art. 46a Wte 1995 (oud) het mededelen van voorwetenschap aan een derde, anders dan in de normale uitoefening van werk, beroep of functie, als zelfstandig economisch delict strafbaar gesteld.4 Met de Richtlijn marktmisbruik is beoogd selectieve openbaarmaking van koersgevoelige informatie nog verder aan banden te leggen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij het ontwerpen van de wettelijke regeling daarvoor aansluiting is gezocht bij Regulation Fair Disclosure — ook wel afgekort als Regulation FD — van de SEC.5 Deze wettelijke regeling zal in § 8.3 aan een nader onderzoek worden onderworpen. Daarbij zal tevens in geruime mate aandacht worden besteed aan dit, ook door de wetgever in de wetsgeschiedenis vermelde, Amerikaanse toonbeeld.
Het lijkt erop dat de wetgever met een wettelijke regeling waarvan de focus uitsluitend gericht is op het aan banden leggen van selectieve openbaarmaking van koersgevoelige informatie, een statement heeft afgegeven dat het onderhouden door uitgevende instellingen van selectieve contacten met marktdeelnemers waarbij geen koersgevoelige informatie wordt uitgewisseld, vrij en onbelemmerd mag plaatsvinden. Gelden voor het onderhouden van dergelijke selectieve contacten inderdaad geen wettelijke voorschriften en worden die contacten ook niet op een andere wijze genormeerd? Het is opportuun om deze vraag te stellen, omdat in deze studie is gebleken dat een fundamenteel uitgangspunt van de bestaande wettelijke regeling met betrekking tot de door uitgevende instellingen te verschaffen informatie is dat dezelfde informatie gelijktijdig aan de gehele effectenmarkt openbaar gemaakt dient te worden. Dit fundamentele uitgangspunt geldt zonder uitzondering voor alle informatie die als gereglementeerde informatie (als bedoeld in art. 1:1 Wft) kan worden aangemerkt (zie § 7.13). Bovendien blijkt uit de preambule van de Richtlijn marktmisbruik, zoals wij hiervoor al hebben gezien, dat selectieve openbaarmaking door uitgevende instellingen van bedrijfsinformatie — ook als die informatie (nog) niet als koersgevoelige informatie gekwalificeerd kan worden — reeds het vertrouwen van beleggers in de integriteit van de effectenmarkt kan schaden.
Een vluchtige blik op enkele corporate websites leert dat door uitgevende instellingen een reeks van activiteiten wordt ontplooid die erop gericht zijn selectieve contacten met marktdeelnemers aan te knopen en te onderhouden. Tot de activiteiten die door uitgevende instellingen in het kader van hun investor relations-beleid worden ondernomen, behoren presentaties voor institutionele beleggers of beleggingsanalisten naar aanleiding van openbaar gemaakte periodieke financiële informatie en andere informatieve bijeenkomsten met individuele marktdeelnemers. Soms vinden selectieve contacten op initiatief van institutionele beleggers plaats, bijvoorbeeld omdat zij over bepaalde onderwerpen een dialoog met de uitgevende instelling wensen aan te gaan.6
Over de frequentie waarmee dergelijke selectieve contacten plaatsvinden, is niet veel bekend. Soms biedt een jaarverslag van een enkele uitgevende instelling enig inzicht daaromtrent. Zo vermeldde het jaarverslag van Stork over 2006:
"In 2006 vonden tijdens roadshows, conference calls en broker-conferenties in totaal 120 ontmoetingen met institutionele beleggers plaats. Dat is aanzienlijk minder dan in 2005 toen het er 241 waren (190 in 2004 en 122 in 2003). Belangrijkste reden hiervoor is gelegen in het zeer terughoudende communicatiebeleid tijdens het onderzoek naar een Public-to-Private transactie, dat van medio februari tot begin juli werd uitgevoerd. In die periode was het vanuit een oogpunt van 'fair disclosure' niet opportuun om met (potentiële) beleggers in contact te treden.
Op 18 september werd een Investor Day gehouden waarbij Stork's strategie uitgebreid en diepgaand werd toegelicht, zowel door de Raad van Bestuur, als door de verantwoordelijke divisiedirecteuren.7
Tijdens de roadshows is de CEO dan wel de CFO aanwezig, in principe altijd begeleid door de directeur Corporate Communications & Investor Relations. Een actueel overzicht van roadshows is te vinden op de website van Stork waar ook de gehouden presentaties zijn te vinden. Contacten met institutionele beleggers vinden verder plaats tijdens conference calls, conferenties van brokers, alsmede door bezoeken van beleggers aan Stork. Bovenstaande activiteiten worden uitgevoerd met strikte inachtneming van de disclosure policy8 van Stork. Het contact met particuliere beleggers wordt voornamelijk via de website en e-mail onderhouden. Ook wordt deelgenomen aan bijeenkomsten voor particuliere beleggers die door derden worden georganiseerd."
Ook de corporate website van Philips geeft een goed beeld van de intensiteit waarmee selectieve contacten met marktdeelnemers worden onderhouden.9 Onder het kopje investor relations events wordt aangegeven wanneer Philips investor en analyst days gehouden heeft en in de nabije toekomst zal houden. Eenzelfde opgave wordt ten aanzien van broker conferences gedaan waarin presentaties worden gegeven aan cliënten van diverse beleggingsondernemingen. De website bevat tevens de tekst van de gegeven presentaties en de aan de deelnemers van de presentaties verstrekte hand-outs.
Een uitgewerkte omschrijving van de verschillende investor relations-activiteiten wordt ook door AkzoNobel gegeven10 :
"The Investor Relations department organizes presentations for analysts and institutional and retail investors, which can be viewed on the company's corporate website. AkzoNobel provides shareholders and other parties in the financial markets with equal and simultaneous information about matters that may influence the share price. The contacts between the Board of Management on the one hand and press and analysts on the other are carefully handled and structured, and the company will not engage in any acts that compromise the independence of analysts in relation to the company and vice versa. Briefings and quarterly results are given either via group meetings or teleconference and are both accessible by telephone or via the corporate website. Briefings are similarly given to update the market after each quarterly announcement. Briefing meetings with institutional shareholders may be held to ensure that the investment community receives a balanced and complete view of the company's performance and the issues faced by the business. In addition, AkzoNobel communicates with all of its shareholders and investors through the publication of an annual report, General Meetings of shareholders, the Investor & Analyst Days, roadshows, one-on-one meetings, group meetings, broker conferences, quarterly reports, the AkzoNobel Pact File, press releases and the company's corporate website. Analyst meetings can be reviewed by shareholders via webcasts. The corporate website provides all relevant information with regard to dates of analyst meetings and procedures concerning webcasting. Analysts' reports and valuations are not assessed, commented upon or corrected, other than factually, by the company. AkzoNobel does not pay any fee(s) to parties for carrying out research for analysts' reports or for the production, or publication of analysts' reports with the exception of credit rating agencies. Contacts with the capita' markets are dealt with by the members of the Board of Management, AkzoNobel's investor relations professionals, and from time to time, other AkzoNobel personnel specially mandated by the Board of Management"
Het fenomeen selectieve contacten lijkt inmiddels zo wijd verbreid te zijn en deze contacten worden door uitgevende instellingen op een zo grote schaal onderhouden, dat gevoeglijk thans van een gevestigde marktpraktijk kan worden gesproken.11 Onder die omstandigheden kan wellicht worden betwijfeld of de vraagstelling of het onderhouden van selectieve contacten met bepaalde marktdeelnemers verenigbaar is met het fundamentele uitgangspunt van gelijktijdige informatieverschaffing door uitgevende instellingen aan de gehele effectenmarkt nog wel opportuun is. Desondanks waag ik het erop deze vraag op te werpen. Een bezinning op dit fenomeen zou immers gezichtspunten kunnen opleveren voor een mogelijke nadere normering van deze marktpraktijk. Een dergelijke bezinning lijkt in de eerste plaats zinvol, omdat uit deze studie is gebleken dat voor de kwalificatie van informatie als koersgevoelige informatie als bedoeld in art. 5:25i lid 2 j° art. 5:53 lid 1 Wft niet of nauwelijks hard and Jast rules te geven zijn. Niet uitgesloten is dan ook dat bij het onderhouden van selectieve contacten onbewust toch koersgevoelige informatie door uitgevende instellingen met bepaalde marktdeelnemers wordt uitgewisseld. Ook om een andere reden waag ik mij aan deze vraagstelling. Het fundamentele uitgangspunt van gelijktijdige informatieverschaffing aan de gehele effectenmarkt lijkt door de intensiteit waarmee selectieve contacten door uitgevende instellingen worden onderhouden steeds meer naar de achtergrond te worden verdrongen. In dat verband kan niet alleen gewezen worden op de frequentie waarmee selectieve contacten door uitgevende instellingen in het kader van hun investor relations-beleid worden onderhouden, maar ook op het hiervoor reeds gesignaleerde verschijnsel dat institutionele beleggers zelf druk uitoefenen op uitgevende instellingen om achter de schermen dergelijke selectieve contacten met hen aan te gaan over onderwerpen zoals corporate governance, ondernemingsstrategie, dividendbeleid en toekomstgerichte informatie.
Hoe dient, in het licht van voormeld fundamenteel uitgangspunt van gelijktijdige informatieverschaffing aan de gehele effectenmarkt, over deze ontwikkeling geoordeeld te worden? Op deze vraag zal hierna in § 8.5 e.v. worden ingegaan. Mij dunkt dat een zinvolle beantwoording daarvan vereist dat rekening wordt gehouden met de bijzondere hoedanigheid van een marktdeelnemer en de omstandigheden waaronder de selectieve contacten met een uitgevende instelling plaatsvinden. Om die reden zal bij de beantwoording van deze vraag een onderscheid gemaakt worden tussen: (i) beleggingsanalisten (zie § 8.6) en (ii) institutionele beleggers (zie § 8.7).
Teneinde het fenomeen selectieve contacten in juridisch perspectief te plaatsen, vang ik aan met een uiteenzetting van de kern van de wettelijke regeling.