Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/4.4.6
4.4.6 Toelating tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS492654:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Volgens art. 9 van de Richtlijn marktmisbruik zijn de bepalingen van de richtlijn van toepassing op alle financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in ten minste één lidstaat of waarvoor toelating tot de handel op een dergelijke markt is aangevraagd (zie § 3.4.2).
Zie Kamerstukken H, 2004-2005, 29 827, nr. 3, p. 25. Volgens art. 47 j° art. 45a onder 2° Wte 1995 (oud) was de openbaarmakingsplicht eveneens van toepassing op een uitgevende instelling waarvan de effecten waren toegelaten tot de handel op 'een effectenbeurs, niet zijnde een markt als hiervoor bedoeld, waarvan de houder ingevolge artikel 22 een erkenning heeft verkregen.' Met 'een markt als hiervoor bedoeld' werd gedoeld op het begrip 'gereglementeerde markt'. Opmerkelijk is dat enkele vooraanstaande auteurs van oordeel waren dat de openbaarmakingsplicht van art. 47 Wte 1995 (oud) niet gold voor Alternext Amsterdam, terwijl Alternext Amsterdam het voorbeeld in Nederland was van een erkende effectenbeurs (niet zijnde een gereglementeerde markt). Zie hiervoor Nieuwe Weme/ Stevens, Serie OO&R, deel 34(2006), p. 171-172. In de tweede druk van hun overigens voortreffelijke bijdrage aan deze bundel hebben deze auteurs deze 'kennelijke verschrijving' hersteld. Zie Nieuwe Weme/Stevens, Serie OO&R, deel 34 (2008), p. 196.
Bij de overheveling van (onder meer) de inhoud van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 naar de Wet op het financieel toezicht was dit aanvankelijk over het hoofd gezien. In het kader van de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht is dat alsnog gebeurd. Zie Kamerstukken H, 2006-2007, 30 658, nr. 5, p. 16. De kernachtige motivering hiervoor luidde als volgt: 'Voor het goed functioneren van de markten in financiële instrumenten en de bescherming van de beleggen is marktintegriteit van groot belang. Marktintegriteit is één van de voorwaarden om het vertrouwen van beleggers in die markten te handhaven. Wanneer dit vertrouwen ontbreekt, kan dit tot gevolg hebben dat beleggers en kapitaalvragers niet langer bereid zijn deel te nemen aan activiteiten op deze markten. Om het vertrouwen van beleggers te waarborgen is het dan ook van belang om te voorzien in een adequate regeling ter voorkoming van gebruik van voorwetenschap, niet alleen op de gereglementeerde markt.' Ten onrechte verwijst de wetgever hier alleen naar het verbod van handel met voorwetenschap. De uitbreiding van de werkingssfeer — alsook de daarvoor gegeven motivering — is mede relevant voor de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen.
Zie art. 2:96 e.v. Wft voor de voor een beleggingsondememing geldende vergunningplicht en -eisen.
Zie voor deze regels verder § 4.3.7.2 (Exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit) van de Wet op het financieel toezicht.
Zie Franx, Ondememingsrecht 2006, p. 463-470; Lieverse, TvOB 2006, p. 139-145; Kralj, TOP 2007, p. 38-43; Klaassen/Colenbrander, JutD 2007, p. 18-25.
Zo wijst Franx bijvoorbeeld op de volgende verschillen. Ten eerste: in het reglement van Alternext Amsterdam wordt gesproken van openbaarmaking as soon as possible (versus 'onverwijld' in art. 5:25i lid 2 Wft). Ten tweede: in het reglement wordt de openbaarmakingsplicht geactiveerd zodra de invloed op de koers bij openbaarmaking would be likely (versus 'zou kunnen hebben' in art. 5:53 lid 1 Wft). Beide verschillen leveren een versoepeling van de openbaarmakingsplicht van uitgevende instellingen op. Zie Franx, Ondememingsrecht 2006, p. 468. Een ander verschil is mijns inziens dat de openbaarmakingsplicht in het reglement zich ten onrechte mede uitstrekt tot informatie die middellijk betrekking heeft op de uitgevende instelling (zie § 5.5). Dat levert weer een strengere openbaarmakingsplicht voor uitgevende instellingen op.
Hoewel de Richtlijn marktmisbruik daartoe geen communautaire verplichting bevatte,1 heeft de Nederlandse wetgever ervoor gekozen om de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie uit te breiden tot uitgevende instellingen waarvan de fmanciële instrumenten zijn toegelaten tot andere handelsplatformen dan een gereglementeerde markt.2' 3 Op grond van art. 5:25i lid 1 onderdeel a onder 2° Wft geldt de openbaarmakingsplicht eveneens voor een uitgevende instelling waarvan de financiële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft als bedoeld in art. 2:96 Wft, of waarvoor met haar instemming verzocht is om toelating van die fmanciële instrumenten tot de handel op een dergelijk handelsplatform. De overige informatieverplichtingen van hoofdstuk 5.1A van de Wet op het financieel toezicht zijn niet van toepassing op uitgevende instellingen waarvan de fmanciële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit in Nederland (art. 5:25b lid 1 Wft).
Onder een multilaterale handelsfaciliteit (ook wel aangeduid als multilateral trading facility of MTF) wordt volgens art. 1:1 Wft verstaan een:
"door een beleggingsondememing geëxploiteerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten, binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels, samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig de geldende regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht".
Uit deze definitie blijkt dat een multilaterale handelsfaciliteit geëxploiteerd wordt door een beleggingsonderneming. In art. 1:1 Wft wordt een 'beleggingsonderneming' omschreven als "degene die een beleggingsdienst verleent of een beleggingsactiviteit verricht". Uit de omschrijving van het 'verrichten van een beleggingsactiviteit' blijkt dat daar mede onder wordt verstaan: "in de uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit". Voor het exploiteren van een multilaterale handelsfaciliteit heeft de beleggingsonderneming een vergunning nodig (art. 2:96 Wft).4
Aan een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert, worden diverse eisen gesteld. Voor zover relevant voor deze studie, wijs ik op de volgende regels waaraan een dergelijke beleggingsonderneming moet voldoen.5 In de eerste plaats moet de beleggingsonderneming transparante regels vaststellen met betrekking tot de criteria aan de hand waarvan wordt vastgesteld welke financiële instrumenten via haar systeem kunnen worden verhandeld (art. 4:91a lid 3 Wft). In de tweede plaats moet de beleggingsonderneming zorgen voor toegang tot voldoende publieke informatie opdat de gebruikers van haar handelsfaciliteit zich een beleggingsoordeel kunnen vormen, rekening houdend met zowel de aard van de gebruikers als de categorieën verhandelde financiële instrumenten (art. 4:91a lid 4 Wft). In de derde plaats ten slotte wijs ik erop dat indien een effect dat tot de handel op een gereglementeerde markt is toegelaten zonder instemming van de uitgevende instelling op een multilaterale handelsfaciliteit wordt verhandeld, deze uitgevende instelling niet is onderworpen aan enigerlei verplichting op het gebied van te verstrekken informatie met betrekking tot deze multilaterale handelsfaciliteit (art. 4:91a lid 8 Wft).
Een voorbeeld van een dergelijke multilaterale handelsfaciliteit is Alternext Amsterdam.6 Op grond van art. 5:25i lid 1 onderdeel a onder 2° Wft zijn uitgevende instellingen waarvan de fmanciële instrumenten zijn toegelaten tot de handel op Alternext Amsterdam ook onderworpen aan de openbaarmaking splicht van koersgevoelige informatie ex art. 5:25i Wft. Verwonderlijk is intussen dat in de marktreglementen van Alternext Amsterdam eveneens een verplichting is opgenomen om koersgevoelige informatie te publiceren. Deze verplichting is opgenomen in paragraaf 4.3 van de Alternext Amsterdam — non regulated market-rules. Deze paragraaf luidt, voor zover hier relevant, als volgt:
"The Issuer shall as soon as possible make public any information of a precise nature which has not been made public, relating, directly or indirectly, to the Issuer of the securities and which, if it were made public, would be likely to have a significant effect on the prices of those securities or on the price of related derivative financial instruments.
The Issuer may onder his own responsibility delay the public disclosure of said information, such as not to prejudice his legitimate interests provided that such omission would not be likely to mislead the public and provided that the Issuer is able to ensure the confidentiality of that information."
Hoewel bedoeld zal zijn met de tekst van deze paragraaf aansluiting te zoeken bij art. 5:25i Wft, is die aansluiting niet in alle opzichten even geslaagd te noemen.7 Uitgevende instellingen dienen zich dan ook voor wat betreft de naleving van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie uitsluitend te laten leiden door de tekst van art. 5:25i Wft en de uitwerking daarvan in het Besluit transparantie uitgevende instellingen Wft.