Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.4.2
7.4.4.2 Overruling
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577081:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Cross & Harris 1991, p. 127-129.
Zie echter voor een mogelijke verschuiving in opvatting Great Peace Shipping Ltd. v. Tsavliris Salvage (International) Ltd., [2002] EWCA Civ 1407, [2002] 4 All ER 689, waarin High Court-judge Toulson voorbij ging aan een (hem bindend) precedent van het Court of Appeal op de grond dat deze uitspraak niet te verenigen was met een oudere uitspraak van het House of Lords, waarna zijn beslissing, zonder kritiek op dit punt, in stand werd gelaten door het Court of Appeal.
Zie Casell & Co. Ltd. v. Broome [1972] AC 1027, waarin Lord Hailsham zich in de volgende ondubbelzinnige bewoordingen uitliet: 'it is not open to the Court of Appeal to give gratuitous advice to judges of first instance to ignore decisions of the House of Lords in this way (-). The fact is, and I hope it will never be necessary to say so again, that, in the hierarchical system of courts which exists in this country, it is necessary for each lower tier, including the Court of Appeal, to accept loyally the decisions of the higher tiers'. In dezelfde zin: Miliangos v. George Frank (Textiles) Ltd. [1976] AC 443, waarin het onder meer heet dat 'it has to be reaffirmed that the only judicial means by which decisions of this House can be reviewed is by this House itself, under the declaration of 1966'.
Davis v. Johnson [1979] AC 264, 326 per Lord Diplock.
Zie voor een analyse hiervan Adams 2002, p. 26-34; Cross & Harris 1991, p. 135-143; Harris 1990, p. 135-199; Paterson 1982, p. 156-169; Kottenhagen 1986, p. 249-254. Ook door het House of Lords zelf is deze terughoudendheid benadrukt (zie bijv. Jones v. Secretary of State for Social Services [1972] AC 944).
Zie Adams 2002, p. 29; Cross & Harris 1991, p. 136-138; vgl. voorts Lord Reid in de zaak Knuller Ltd. v. Director of Public Prosecutions [1973] AC 435 ('our change of practice in no longer regarding previous decisions of this House as absolutely binding does not mean that whenever we think that a previous decision was wrong we should reverse it. In the general interest of certainty in the law we must be sure that there is some very good reason before we so act').
Zie Paterson 1982, p. 156-157; vgl. voorts Khawaja v. Secretary of State for the Home Department [1984] AC 74, 106 per Lord Scarman: 'The possibility that legislation may be the better course is one which, though not mentioned in the Statement, the House will not overlook'.
Zie hierover Adams 2002, p. 26-27; Cross & Harris 1991, p. 141.
Paterson 1982, p. 157.
Zie Cross &t Harris 1991, p. 138-139; Harris 1990, p. 156-161.
Zoals gezegd verliest door overruling een precedent (althans de daarin neergelegde rechtsregel) zijn gelding volledig. Overruling van een uitspraak kan in beginsel alleen geschieden door de wetgever of door een hogere rechter.1 Omgekeerd is het de lagere rechter niet toegestaan op deze (of op enige andere) wijze de precedenten van een hogere rechter buiten werking te stellen.2 Pogingen hiertoe van het Court of Appeal zijn in het verleden enige malen gestrand. Zelfs in gevallen waarin het House of Lords uiteindelijk zelf inderdaad terugkwam op zijn eerdere rechtspraak werd het Court of Appeal, dat vooruitlopend hierop reeds zelf de precedenten van het House of Lords terzijde had geschoven, uitdrukkelijk bekritiseerd.3 Inzicht in de achtergronden hiervan geeft de volgende passage uit de uitspraak Davis v. ]ohnson (waarin het Court of Appeal overigens niet een uitspraak van het House of Lords, maar een eigen eerdere beslissing had overruled):
"In an appellate court of last resort a balance must be struck between the need on the one side for legal certainty resulting from the binding effect of previous decisions, and, on the other side the avoidance of undue restriction on the proper development of the law. In the case of an intermediate appellate court, however, the second desideratum can be taken care of by appeal to a superior appellate court, if reasonable means of access to it are available; while the risk to the first desideraturn, legal certainty, if the court is not bound by its own previous decisions grows even greater with increasing membership and the number of three-judge divisions in which it sits (-) so the balance does not lie in the same place as in the case of a court of last resort."4
Het House of Lords houdt de teugels derhalve zeer strak: zelfs wanneer een precedent duidelijk verkeerd is (en dus door het House zélf eventueel overruled zou kunnen worden) is dit voor het Court of Appeal niettemin bindend. Voor de gerechten die niet in laatste instantie rechtspreken telt slechts de rechtszekerheid, die (in Engelse ogen) een min of meer absolute gebondenheid aan precedenten vereist. De afweging tussen de eisen van rechtszekerheid en (onder meer) het belang van verdere rechtsontwikkeling, een afweging die plaats dient te vinden in het kader van de vraag of op een eerdere beslissing dient te worden teruggekomen, is en blijft voorbehouden aan de hoogste rechter.
Zoals reeds naar voren kwam, kan het House of Lords zélf, sinds de uitvaardiging van het 'Practice Statement' in 1966, zijn eigen precedenten overrulen (een mogelijkheid die ten aanzien van de uitspraken van lagere rechters uiteraard steeds heeft bestaan). In de praktijk blijkt van deze mogelijkheid om terug te komen op eerdere uitspraken door het House of Lords slechts terughoudend gebruik te worden gemaakt.5
Zo wordt de enkele onjuistheid van een precedent in het algemeen niet voldoende geacht voor overruling; daartoe moeten aanvullende redenen aanwezig zijn.6 Voorts dient steeds te worden bezien of het - in plaats van de rechter - niet de wetgever is die zou moeten ingrijpen (bijvoorbeeld omdat aanvullende regelingen nodig zijn of rechter niet alle gevolgen van een 'omgaan' kan overzien).7
Blijkens de formulering van het Practice Statement spelen de eisen van rechtszekerheid een bijzondere rol wanneer het gaat om financiële transacties (contracten, zekerheden en dergelijke) die op basis van eerdere rechtspraak zijn aangegaan. Ook in het strafrecht stelt de rechtszekerheid speciale eisen aan het terugkomen op precedenten. Niettemin heeft het House of Lords ook in de hier genoemde categorieën zaken reeds eigen precedenten overruled.8 Een grond voor overruling kan met name hierin gelegen zijn dat het precedent niet tot een rechtvaardig resultaat leidt of niet meer in overeenstemming is met de huidige maatschappelijke opvattingen of omstandigheden.9 Andersom betekent dit dat een precedent met overruled zal worden indien zich sedertdien geen relevante wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan. Hetzelfde geldt indien geen andere argumenten worden aangevoerd dan die welke destijds, bij de totstandkoming van het bewuste precedent, al in de overweging zijn betrokken.10
Het House of Lords blijkt dus na de uitvaardiging van het Practice Statement slechts bij hoge uitzondering over te gaan tot de overruling van een eerdere (eigen) uitspraak. In zoverre is de gebondenheid aan precedenten in het Engelse recht dan ook nog steeds zeer sterk te noemen. Wel bestaat thans de mogelijkheid (meer) rekening te houden met gewijzigde inzichten en maatschappelijke omstandigheden dan onder de voordien geldende regels het geval was.