Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.7:7.4.7 Afsluitende opmerkingen
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.7
7.4.7 Afsluitende opmerkingen
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS579477:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cross & Harris 1991, p. 24.
Vgl. hierover de Practice Direction (Citation of Authorities), [2001] 1 WLR 1001, sub 4; Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 516; Bankowski, MacCormick & Marshall 1997, p. 324. Wel zijn aan het aanvoeren van precedenten door de genoemde Practice Direction enige beperkingen gesteld.
Zie § 7.4.3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Engelse precedentenstelsel laat zich karakteriseren als een systeem met een zeer strakke binding aan eerdere uitspraken. Of, zoals door Cross en Harris is opgemerkt:
"it is more difficult to get rid of an awkward decision in England than almost anywhere else in the world."1
De rechtszekerheid lijkt in dit stelsel een overheersende rol te spelen. Enkel de hoogste rechter, het House of Lords, mag overgaan tot de overruling van een precedent; aan lagere rechters is dit niet toegestaan. Dit geldt zelfs in gevallen waarin min of meer vaststaat dat het precedent niet (meer) rechtens aanvaardbaar is te achten. In een dergelijke situatie zijn dus de partijen gedwongen tot in hoogste instantie door te procederen om een rechtvaardige uitkomst te bereiken, tenzij de lagere rechter zijn toevlucht zou nemen tot 'distinguishing' van de eerdere uitspraak.
De mogelijkheid tot overruling van eigen precedenten - die door het House of Lords pas relatief recent is geïntroduceerd - staat eveneens in de sleutel van de rechtszekerheid. Indien de vraag rijst of op een precedent moet worden teruggekomen valt in verband hiermee de afweging doorgaans uit in het voordeel van de eerdere uitspraak, ook wanneer deze als niet meer ideaal of zelfs als onjuist wordt beschouwd.
Is de rechtszekerheid dus een centrale waarde in het Engelse precedentenstelsel, een andere belangrijke pijler daarvan wordt gevormd door de hiërarchie tussen de verschillende gerechten (die in Engeland naar het zich laat aanzien sterker wordt ervaren dan bij ons). De strikte binding die in verticale relaties aanwezig is ontbreekt (dan ook) op horizontaal niveau, met name bij de laagste rechters. Dit neemt overigens niet weg dat lagere rechters veelal, bij wijze van 'judicial comity', met eikaars beslissingen rekening zullen houden.
Het is van belang te benadrukken, dat de praktische uitwerking van het systeem minder rigide is dan uit het voorgaande lijkt te volgen. In de praktijk staat een aantal (sluip)wegen open om aan een onwelgevallig precedent te ontkomen. Ten eerste zijn er de erkende (zij het beperkte) uitzonderingen op de regel van stare decisis. Belangrijker nog is de wijze van rechtsvinding met befrekking tot precedenten: de daaruit af te leiden rechtsregel (de ratio decidendi) vormt niet een onveranderlijk gegeven, maar kan in latere gevallen opnieuw worden bepaald in het licht van de dan relevante rechtspraak en omstandigheden. Hierbij biedt de techniek van distinguishing ruime mogelijkheden, een op het eerste gezicht bindend precedent toch buiten toepassing te laten.
Tot slot verdient opmerking dat het Engelse recht een geheel andere wijze van omgaan met precedenten kent dan bij ons het geval is. Alle relevante precedenten worden door de advocaten van pardjen aangedragen (zij zijn hier zelfs, bij wege van 'duty to the court' toe verplicht, ook wanneer het gaat om precedenten die prima facie nadelig voor het standpunt van hun eigen client zijn).2 In de uitspraak worden deze vervolgens door de rechter(s) besproken. Indien een relevant (bindend) precedent niet op deze wijze aan de orde is gekomen, kan de beslissing als per incuriam gewezen worden aangemerkt, in welk geval zij niet de status van 'binding precedent' zal verkrijgen.3