Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.6:7.4.6 'Persuasive precedents' en 'persuasive authorities'
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.6
7.4.6 'Persuasive precedents' en 'persuasive authorities'
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS580690:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Bronaugh 1987, p. 217-247; Cross & Harris 1991, p. 41 en p. 77-81; Smith, Bailey & Gunn 2002, p.513-516.
Zie Cross & Harris 1991, p. 41.
Aldus Cross &i Harris 1991, p. 41.
Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 513-515.
Op de rechter rust immers de verplichting 'to consider case law'; zie Cross & Harris 1991, p. 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onderdelen van rechterlijke uitspraken die geen 'binding precedent' (zoals in het voorgaande omschreven) vormen, kunnen niettemin als 'persuasive authority' gelden.1 Deze categorie omvat bijvoorbeeld rechtsopvattingen die niet tot de ratio decidendi van een uitspraak behoren (obiter dicta) en uitspraken van rechters waaraan het beslissende gerecht rechtens niet gebonden is, zoals bijvoorbeeld uitspraken van lagere of buitenlandse rechters.
Binnen deze groep wordt soms nog gedifferentieerd tussen persuasive precedents en persuasive authorities2 De ratio decidendi van een uitspraak waaraan de rechter niet gebonden is (bijvoorbeeld omdat het gaat om een uitspraak van een lagere rechter) is een persuasive precedent: de rechter dient deze te volgen, tenzij hij een goede reden aan kan voeren om dit niet te doen.3
Obiter dicta vormen daarentegen slechts persuasive authorithies. De prece-dentwaarde hiervan is niet exact te definiëren, maar vormt een kwestie van gradaties. De mate waarin een persuasive authority daadwerkelijk 'persuasive' is, hangt af van diverse factoren, zoals bijvoorbeeld het gerecht waarvan de uitspraak afkomstig is, de reputatie van de rechter die de uitspraak deed, de vraag of het gaat om een direct gegeven beslissing dan wel een beslissing die na beraad ('ex tempore') gegeven is en de (al aangestipte) vraag of de desbetreffende rechtsoverweging deel uitmaakte van de ratio decidendi van de eerdere beslissing.4
Bij dit alles dient overigens de volgende kanttekening te worden geplaatst. Als gezegd worden persuasive authorities in het Engelse recht niet als 'binding' beschouwd. Dit spraakgebruik is echter enigszins misleidend. Persuasive authorities blijken vaak wel degelijk een bepaalde normatieve betekenis te bezitten, aangezien de rechter verplicht is deze onderdelen van uitspraken in ogenschouw te nemen5 en hij in meerdere of mindere mate zal moeten aangeven waarom hij deze eventueel niet volgt.