Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.3.5
7.4.3.5 Binding aan eigen precedenten
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS577091:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Cross & Harris 1991, p. 6.
[1944] KB 718.
Zie hierover ook Cross & Harris 1991, p. 143-152; Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 493-497.
Vgl. hierover Morelle v. Wakeling [1955] 2 QB 379; Cross & Harris 1991, p. 148-152. Deze regel dient overigens begrepen te worden tegen de achtergrond van het feit dat de Engelse rechter t.a.v. de rechtsvinding een zekere lijdelijkheid bezit: zo is het de taak van de advocaten, en niet van de rechter, om (bij wege van 'duty to the court') de relevante precedenten naar voren te brengen (zelfs wanneer die tegen het eigen standpunt pleiten). Zie hierover Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 516; Bankowski, MacCormick & Marshall 1997, p. 324; Jessurun d'Oliveira 1973a, p. 23. Aan het aanvoeren van precedenten zijn echter door de Practice Direction (Citation of Authorities), [2001] 1WLR1001 inmiddels wel enige beperkingen gesteld.
Bij expliciete overruling geldt a fortiori uiteraard hetzelfde (zie ook hierna § 7.4.4.2).
Zie hierover Cross & Harris 1991, p. 152-154; Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 497-502; zie voor een voorbeeld Great Peace Shipping Ltd. v. Tsavliris Salvage (International) Ltd., [2002] EWCA Civ 1407, [2002] 4 All ER 689, waarin het Court of Appeal terugkwam op een eigen eerdere uitspraak op de grond dat deze onverenigbaar was met een oudere uitspraak van het House of Lords.
London Tramways v. London County Council [1898] AC 375.
Zie hierover Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 505; Kottenhagen 1981, p. 279.
Zie hierover Adams 2002, p. 17-19 met verdere verwijzingen.
Practice Statement (judicial Precedent) [1966] 1 WLR 1234.
Vgl. Adams 2002, p. 24.
De binding aan eigen precedenten geldt alleen voor rechters of gerechten die appèljurisdictie uitoefenen (de zogeheten 'appellate courts').1 Afgezien van enige hier niet terzake doende uitzonderingen gaat het hierbij om het Court of Appeal en het House of Lords.
a) Court of Appeal
Het Court of Appeal besliste in 1944 in de zaak Young v. Bristol Aeroplane Co. Ltd2 uitdrukkelijk dat het gebonden is aan eigen precedenten (dit uiteraard onverminderd de binding van dit gerecht aan de precedenten van het House of Lords). Op deze binding aan eigen uitspraken werd in Young v. Bristol Aeroplane een drietal uitzonderingen aanvaard.3 Allereerst is het Court of Appeal niet gebonden aan eerdere eigen beslissingen die 'per incuriam' gegeven zijn. Hiervan is sprake wanneer door de rechter geen rekening is gehouden met een relevante wettelijke bepaling of (bindend) precedent, terwijl dit wel van invloed zou zijn geweest op de uiteindelijke beslissing.4 De andere twee uitzonderingen op de regel van binding aan eigen precedenten zijn de situaHe waarin sprake is van tegenstrijdige precedenten - het Court of Appeal kan dan kiezen welk precedent gevolgd dient te worden - en het geval waarin een precedent door een latere uitspraak van het House of Lords impliciet is 'overruled'.5 Of nog meer uitzonderingen mogelijk zijn op de regel dat het Court of Appeal gebonden is aan zijn eigen eerdere uitspraken, is omstreden.6
b) House of Lords
Zoals in § 7.4.2 reeds aan de orde kwam, besliste het House of Lords in 1898 dat het in absolute zin aan zijn eigen precedenten gebonden was en dat op een eenmaal gegeven oordeel niet meer kon worden teruggekomen.7 Op deze regel werden slechts zeer beperkte uitzonderingen aanvaard, in het bijzonder voor gevallen van tegenstrijdige (eigen) precedenten, beslissingen die 'per incuriam' gegeven waren en gevallen waarin een precedent door een latere wet opzij was gezet.8 Daarnaast bestond uiteraard steeds de mogelijkheid van 'distinguishing' van een eerdere uitspraak (waarover § 7.4.4.3).
Dit strikte systeem van stare decisis werd uiteindelijk als te rigide ervaren. Zo was de correctie van fouten, zelfs van evidente onjuistheden, slechts mogelijk door de wetgever (tenzij het geval onder één van de zojuist genoemde uitzonderingen op de stare decisis-regel kon worden gebracht). Ook maakten de geldende regels het onmogelijk het rechtersrecht aan te passen aan gewijzigde inzichten of nieuwe maatschappelijke omstandigheden.9 In 1966 werd daarom door het House of Lords het 'Practice Statement on Judicial Precedent' uitgevaardigd, waarin werd aangekondigd dat het House of Lords in de toekomst in bepaalde gevallen op de eigen uitspraken zou kunnen terugkomen:
"Their Lordships regard the use of precedent as an indispensable foundation upon which to decide what is the law and its application to individual cases. It provides at least some degree of certainty upon which individuals can rely in the conduct of their affairs, as well as a basis for orderly development of legal rules.
Their Lordships nevertheless recognise that too rigid adherence to precedent may lead to injustice in a particular case and also unduly restrict the proper development of the law. They propose, therefore, to modify their present practice and, while treating former decisions of this House as normally binding, to depart from a previous decision when it appears right to do so.
In this connection they will bear in mind the danger of disturbing retrospectively the basis on which contracts, settlements of property and fiscal arrangements have been entered into and also the especial need for certainty as to the criminal law.
This announcement is not intended to affect the use of precedent elsewhere than in this House."10
Opvallend in het Practice Statement is met name de sterke nadruk die nog immer wordt gelegd op de rechtszekerheid als grondslag van het precedentenstelsel.11 Met deze verklaring wordt weliswaar de mogelijkheid geopend terug te komen op eerdere uitspraken indien de gerechtigheid of de rechtsontwikkeling dit eist, maar de mogelijkheden hiertoe worden ingeperkt door de eisen van rechtszekerheid, die met name van belang zijn op het gebied van financieringen, contracten en dergelijke. Hoe de door het Practice Statement geïntroduceerde versoepeling in de praktijk invulling heeft gekregen komt in de volgende paragraaf aan de orde.