RvdW 2025/633:Poging tot verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Gebruik van tegenstrijdige bewijsmiddelen t.a.v. pleegplaats en lengte en leeftijd van dader en verweer over betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster en verenigbaarheid van DNA-bewijs met scenario van verdachte. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Alle b.m. houden in dat bewezenverklaard feit heeft plaatsgevonden rondom dezelfde weg; alleen exacte locatie verschilt. Deze verschillen zijn niet zodanig dat deze van wezenlijk belang zijn en dat bewijsconstructie daarmee onbegrijpelijk is. Hof heeft geoordeeld dat door aangeefster afgelegde verklaring op bepaalde onderdelen tegenstrijdig is met haar latere verklaringen maar dat door verdediging aangevoerde inconsistenties in verklaringen van aangeefster niet maken dat haar gehele verklaringen als onbetrouwbaar terzijde moeten worden gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Hof heeft alternatief scenario van verdediging als niet aannemelijk terzijde geschoven. Daaraan ten grondslag gelegde argumenten kunnen verwerping van verweer zelfstandig dragen. Hof heeft verweer dan ook toereikend gemotiveerd verworpen. Volgt verwerping.