Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/3.3.1
3.3.1 Inleiding
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS351710:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
B.S. Black and H.T.C. Hu, onder meer: Emtpy voting and hidden (morphable) ownership: taxonomy, implications and reforms, The Business Lawyer May 2006, Volume 61, nr. 3, p. 1011-1070, The new vote buying: empty voting and hidden (morphable) ownership, Southern California Law Review May 2006, Volume 79, nr. 4, p. 811-908, Equity and debt decoupling and empty voting II: importance and extensions, University of Pennsylvania Law Review, January 2008, Vol. 156 nr. 3, p. 625-739, zie voorts R.B. Thompson en P.H. Edelman, Corporate voting, Vanderbilt Law Review (2009) Vol. 62,p. 129-175 en C.H. Seibt, Verbandssouveränität und Abspaltungsverbot im Aktien- und Kapitalmarktrecht, Zeitschrift für Unternehmens- und Gesellschaftsrecht 39.5 (2010), p. 798-814.
G.T.M.J. Raaijmakers, Synthetische aandelenbelangen in beursvennootschappen, in: G.T.M.J. Raaijmakers en R. Abma, Achter de schermen van beursaandeelhouders, Preadvies van de Vereeniging ‘Handelsrecht’, Deventer: Kluwer 2007, onder meer p. 4, 5 en 50-53, G.T.M.J. Raaijmakers en R.H. Maatman, Hedge funds in het ondernemingsrecht: virus of vaccin?, Ondernemingsrecht 2006/ 77, M.C. Schouten, The Decoupling of Voting and Economic Ownership (diss. UvA Amsterdam), Deventer: Kluwer 2012, onder meer p. 1, 31, 34, 37 en 42.
Synthetische belangen kunnen soms worden gebruikt voor het omzeilen van bepaalde effectenrechtelijke voorschriften. Daarnaast worden synthetische belangen soms in vennootschapsrechtelijk controversiële zin gebruikt. In deze paragraaf behandel ik enkele controversiële aspecten. Verschillende voorbeelden zijn ontleend aan het werk van Hu en Black. Zij hebben in hun reeksen artikelen van 2006 en 20081 de schaduwzijde van synthetische belangen uitvoerig en met veel praktijkvoorbeelden belicht. In Nederland is op hun studies gewezen door onder meer Raaijmakers, Maatman en Schouten.2