Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/747
Opzettelijk enig goed (een auto) aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken (art. 198 lid 1 Sr). 1. Verweer dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, nu deze onvoldoende duidelijk is, omdat in de tll. slechts is gesteld dat een auto aan een beslag is onttrokken. 2. Bewijsklacht t.a.v. het opzet op het onttrekken van de auto aan het beslag. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:990
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, M.J. Borgers
- Zaaknummer
21/02255
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:990, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:471, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑2022
Essentie
Opzettelijk enig goed (een auto) aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken (art. 198 lid 1 Sr). 1. Verweer dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, nu deze onvoldoende duidelijk is, omdat in de tll. slechts is gesteld dat een auto aan een beslag is onttrokken. 2. Bewijsklacht t.a.v. het opzet op het onttrekken van de auto aan het beslag. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02255
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.