RvdW 2022/743:Caribische zaak. Voorhanden hebben machinegeweer en munitie in Curaçao, art. 5 jo. art. 11 Vuurwapenverordening 1930. In art. 11 Vuurwapenverordening 1930 is o.m. strafverzwarende omstandigheid opgenomen voor het geval verdachte t.t.v. voorhanden hebben weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat enig voorwerp m.b.t. hetwelk het feit wordt begaan een machinegeweer is. HR: Uit de bewijsvoering van het hof kan niet z.m. worden afgeleid dat verdachte op moment dat hij pistool voorhanden had ‘wist’ dat dit vuurwapen een machinegeweer was, zoals hof heeft bewezenverklaard. Volgt vernietiging en terugwijzing.