Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/736
Medeplegen diefstal van bankpassen (art. 311 lid 1 sub 4 Sr) en medeplegen diefstal van geld d.m.v. valse sleutels door gebruik gestolen bankpas (art. 311 lid 1 sub 4 en art. 311 lid 1 sub 5 Sr). Bewijsklachten medeplegen. Het medeplegen van feit 1 en van feit 2 kan niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof worden afgeleid. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1006
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/03397
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1006, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:459, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑05‑2022
Essentie
Medeplegen diefstal van bankpassen (art. 311 lid 1 sub 4 Sr) en medeplegen diefstal van geld d.m.v. valse sleutels door gebruik gestolen bankpas (art. 311 lid 1 sub 4 en art. 311 lid 1 sub 5 Sr). Bewijsklachten medeplegen. Het medeplegen van feit 1 en van feit 2 kan niet zonder meer uit de bewijsvoering van het hof worden afgeleid. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03397
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.