Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/737
Witwassen geldbedrag van € 123.510, art. 420bis lid 1 sub b Sr. Voldoende concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor legale herkomst van geldbedragen? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1003
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/03789
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1003, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:677, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑06‑2022
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03789
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 november 2020, nummer 23-003882-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
Conclusie
Conclusie A-G mr. P.C. Vegter:
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.