Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.4:10.4 Het Belgische recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.4
10.4 Het Belgische recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90929:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Belgische recht heeft het leerstuk van oneigenlijke vermenging een ontwikkeling doorgemaakt. In de klassieke opvatting leidde oneigenlijke vermenging tot het verlies van goederenrechtelijke rechten op de oorspronkelijke zaken. De leverancier verloor bijvoorbeeld zijn voorbehouden eigendom. De houder van de zaken werd eigenaar, omdat de oorspronkelijke gerechtigden niet konden bewijzen op welke precieze zaken hun rechten rusten.1 Onder invloed van een gewijzigde opvatting in de literatuur en de rechtspraak is door de wetgever art. 20 Pandwet ingevoerd die bepaalt dat zekerheidsrechten ‘onverlet’ worden gelaten bij oneigenlijke vermenging. De leverancier behoudt zijn voorrangspositie met betrekking tot een gelijke hoeveelheid zaken en hoeft niet precies aan te wijzen van welke zaken hij de eigendom heeft voorbehouden.
Een begin van een vergelijkbare ontwikkeling is waar te nemen in het Nederlandse recht. In de klassieke, strikte benadering leidt oneigenlijke vermenging tot het verlies van recht voor de oorspronkelijke gerechtigden. De zaken vallen in de failliete boedel. Op grond van de rekkelijke benadering in de Nederlandse literatuur, die steeds meer aanhang krijgt, leidt oneigenlijke vermenging niet steeds het verlies van eigendoms- en beperkte rechten. De leverancier behoudt zijn voorrangspositie, mits hij kan bewijzen hoeveel van zijn zaken aanwezig zijn bij de koper. Hij hoeft dus niet precies te wijzen van welke zaken hij eigenaar is.
Hieronder wordt kort de ontwikkeling van het leerstuk van oneigenlijke vermenging in het Belgische recht besproken, waarna de gevolgen van oneigenlijke vermenging voor het eigendomsvoorbehoud (paragraaf 10.4.1), het recht van reclame en het voorrecht (paragraaf 10.4.2) uiteengezet worden. In dit kader worden ook de overeenkomsten en verschillen met het Nederlandse recht besproken.2
10.4.1 De gevolgen van oneigenlijke vermenging voor het eigendomsvoorbehoud10.4.2 De gevolgen van oneigenlijke vermenging door het recht van reclame en voorrecht